Nieuwsbrieven 2010
Nieuwsbrief 1 September 2010 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P. Boskamp   

One health

In de afgelopen maand ontving ik een brochure van een initiatiefgroep gevormd door meerdere maatschappelijke groeperingen waaronder de Koninklijke Maatschappij van Diergeneeskunde, de Gezondheidsdienst voor dieren, LTO Nederland en andere.

De brochure met als ondertitel ‘Gezonde dieren, gezonde mensen’ handelt over het verantwoord antibioticumgebruik. Zo langzaamaan begint er een breed maatschappelijk draagvlak te komen om het gebruik van antibiotica op verantwoorde manier vorm te geven.

Ik wil een deel van de tekst uit deze brochure ook onder uw aandacht brengen.

“Aandacht voor Antibiotica

Antibacteriële middelen (antibiotica) hebben sinds hun ontdekking door Alexander Fleming in 1928 een enorme bijdrage geleverd aan de gezondheid van mens en dier.

De ontwikkeling ervan wordt gezien als één van de grootste medische uitvindingen ooit. Al jarenlang worden antibiotica succesvol toegepast om infecties te bestrijden en hun beschikbaarheid levert eeen belangrijke bijdrage aan het welzijn van mens en dier.

Naast deze positieve kanten kent het gebruik van antibiotica ook een schaduwzijde, namelijk de ontwikkeling van resitentie (ongevoeligheid) bij bacteriën. Deze antibiotica-resistentie kan leiden tot serieuze problemen in de humane en veterinaire gezondheidszorg.

Resistentie-ontwikkeling bij bacteriën ontstaat voor een belangrijk deel door onkundig, onzorgvuldig en onnodig gebruik van antibiotica en wordt beïnvloed door veel factoren. Zo spelen mondialisering, het toenemende reisgedrag van mensen en onverantwoord gebruik in de dierhouderij allemaal een rol in het ontstaan van resistentie bij bacteriën.

Actief samenwerken

Naast maatregelen op het humane vlak is het van groot belang dat alle betrokkenen in de dierhouderij zich bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om deze toenemende resistentie-ontwikkeling in te dammen. Dit vraagt om een gezamenlijke bewustwording, een actieve samenwerking en een gemeenschappelijke aanpak. Alle betrokkenen in de dierhouderij dienen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en constructief bij te dragen aan de oplossing van de problematiek. Alle betrokkenen….niemand uitgezonderd.

Prof. Dr Roel Coutinho, Directeur Centrum Infectieziektebestrijding RIVM merkt op:”Iedereen in de dierhouderij die antibiotica toepast, moet zich realiseren dat bacteriën uiteindelijk tegen alle antibiotica resistent worden. En dat heeft grote consequenties voor de volksgezondheid omdat antibiotica voor mens en dier onmisbare geneesmiddelen zijn”

Anders aankijken tegen antibiotica-gebruik

De voordelen van het gebruik van antibiotica (b)lijken vaak zo groot dat in sommige gevallen gemakkelijk over eventuele nadelen of bijwerkingen wordt heengestapt en antibiotica worden toegediend zonder duidelijke diagnose. Ook worden antibiotica soms ingezet om hiaten in het diermanagement te compenseren of omdat het tot ‘vaste gewoonte ’of ‘standaardbehandeling’ is geworden. Daarnaast worden antibiotica helaas nog vaak onjuist toegepast, bijvoorbeeld in te lage dosering of te kortstondig. Zulk gebruik van antibiotica is onnodig, onverstandig en onverantwoord en moet zo snel mogelijk worden uitgebannen om resistentie-ontwikkeling  in te perken.

Alle mensen tellen mee, alle dieren tellen mee

De minister van LNV dringt aan op een sterke reductie van het antibioticumgebruik in de Nederlandse dierhouderij. Daarbij is halvering van het gebruik in 2013 tot doelstelling geformuleerd. Deze reductie kan alleen succesvol worden gerealiseerd als iedereen die met dieren omgaat een prudent antibioticumgebruik realiseert en alle betrokkenen deze doelstellingen onderschrijven en ondersteunen.

Tenslotte

Antibiotica worden sinds hun uitvinding door Alexander Fleming succesvol toegepast in de bestrijding van infecties bij mens en dier. Daarmee wordt de gezondheid en het welzijn van mens en dier gediend. Om ook in de toekomst verzekerd te zijn van veilige en werkzame geneesmiddelen is het van groot belang om met alle betrokkenen tot bewust en duurzaam gebruik van antibiotica te komen en zo samen te werken aan gezonde mensen en gezonde dieren. One health”

We kunnen in onze geliefde sport bovenstaande waarschuwingen naast ons neerleggen  er van uitgaande dat het toch vooral betrekking heeft op die pluimvee- en varkensstallen. Ik denk dat we dat niet moeten doen. Ook duiven worden met antibiotica behandeld, net als honden en katten.

Resistentie zien we ook door antibioticumgebruik in de duivensport. Als duivenarts kan ik zien dat het inzicht bij de meeste liefhebbers aan het toenemen is dat ongebreideld gebruik van antibiotica ongewenst is.

Steeds meer liefhebbers willen gedegen onderzoek voordat antibiotica worden voorgeschreven. Maar ook zie ik steeds meer liefhebbers die kiezen voor een meer natuurlijke aanpak waarbij het gebruik van antibiotica verder kan worden verminderd. Een positieve ontwikkeling bezien vanuit het licht van bovenstaande.

Al met al kunnen we zeggen dat het gros van de liefhebbers zich bewust is van hun verantwoordelijkheid. Maar er is een kleine groep liefhebbers die maar willen blijven geloven dat het geheim van succes in de antibioticumpotjes zit.

Deze kunnen zich nog al eens te buiten gaan aan kuren van dierenartsen, ander liefhebbers of bovenal blanco-potjes met een wondermiddel van collega’s die naar horen zeggen goed spelen.

Wat deze liefhebbers over het hoofd zien, of niet willen zien, is dat de oplossing van het probleem van die collega niet de oplossing van het eigen probleem hoeft te zijn.

Als de duiven van mindere kwaliteit zijn, de kwaliteit van de voeding en verzorging achterblijft of het hokklimaat minder goed is dan bij genoemde collega, dan hoeft het verkregen ‘wondermiddel’ helemaal niet te werken.

Of dit wondermiddel nu van een dierenarts komt of van elders, dat maakt dan niet zo veel uit. Wat wel van belang is, is het gegeven dat het te pas en te onpas toe blijven passen van antibiotica zonder dat de juiste diagnose is gesteld of de werkelijke oorzaak wordt aangepakt (voeding, hokklimaat) de in de vermelde brochuretekst genoemde antibioticum-resistentie alleen maar in de hand werkt.

Antibioticum-resistentie speelt ook de duivensport parten. Zelf hoeft men zelden of nooit antibiotica te gebruiken om toch bij een gedegen bacteriologisch  onderzoek geconfronteerd te worden met een bacteriestam die ongevoelig is voor de meest gebruikte antibiotica in de duivensport. De reden is even simpel als vervelend. Men heeft de duiven in de reismanden in contact moeten brengen met duiven van een liefhebber die nog wel eens ‘iets probeert’. Frustrerend voor liefhebber als behandelend dierenarts. Immers de duiven zijn vaak nog maar met grote moeite weer op de rails te zetten en gezond te krijgen.

Laten we met zijn allen blij zijn dat er antibiotica zijn. Immers bij veel ziekte uitbraken zijn ze van groot nut. Laten we met zijn allen echter ook en vooral kijken of er geen alternatieve aanpak voorhanden is om bepaalde ongemakjes waarvoor  doorgaans naar de ‘potjes’ wordt gegrepen, te behandelen.

Zodat ook wij bijdragen aan een meer verantwoord antibioticum gebruik.

Succes

Peter Boskamp
 
Nieuwsbrief 2 Augustus 2010 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P. Boskamp   

Nieuwsbrief 2 Augustus

 

De aanpak

Strikt genomen kunnen we het jaar in twee stukken hakken. Aan de ene kant de langste periode waarin de duiven niet met vreemde duiven in aanraking komen en aan de andere kant de periode waarin men de duiven in de manden wel met andere duiven in aanraking laat komen.

Uit ons eerdere onderzoek is naar voren gekomen dat een gedegen preventieve zorg door een optimale ondersteuning met goede voedingssupplementen er aan bij draagt dat duiven nauwelijks last hebben van de kinderziekten en alle andere kwaaltjes.Zaken die anders met medicijnen bestreden moesten worden. We kunnen ons kruid dus droog houden als we dat willen.

Iedereen kan zelf een pakket van maatregelen treffen die voorkomen dat er overmatig medicijnen moeten worden ingezet.

Men zou er direct na het vliegseizoen mee kunnen beginnen. Daartoe zou men een bezoekje kunnen brengen aan een duivenarts bij U in de buurt. Als men deze de duiven dan laat controleren op de meest voorkomende ziekten en deze zo nodig aanpakt heeft. Dan heeft men een ijkpunt van waaruit men kan gaan bouwen.

Het lijkt een open deur en in zekere zin is het dit ook. Maar middels ondersteuning in de rustige periode waarbij de rui wordt ondersteunt en insleep van ziekte wordt voorkomen kan men de duiven veelal zonder medicijnen aan de start van het kweekseizoen brengen.

De laatste jaren hebben we in onze kliniek een basis samengesteld waarmee gebleken is dat de duiven hiermee voldoende gereedschap hebben om zelf de meest voorkomende duivenkwaaltjes in toom te helpen houden. Ik zeg met nadruk niet bestrijden. Voor de bestrijding van kwalen zijn veelal medicijnen nodig. Maar men kan helpen voorkomen dat deze ziekten tot kwalen worden.

De hoofdaanleiding om deze nieuwsbrief in deze vorm te schrijven waren de vele verzoeken om een schema voor de natuurlijke aanpak. Dat is wel leuk en aardig, maar belangrijker dan een schema voor natuurlijke aanpak waarin een aantal te gebruiken producten opgesomd worden, is het inzicht te verschaffen waarom men deze middelen kan en moet inzetten bij een natuurlijke aanpak. Een inzicht dat een natuurlijke aanpak een hulpmiddel is dat kan helpen voorkomen dat de duivenziekten die er zijn tot kwalen worden bij de eigen duiven. Kwalen die dan weer met medicijnen bestreden moeten worden. Ook in onze kliniek. Het gaat hier dus om helpen voorkomen dat het zo ver komt.

Te veel en te vaak worden deze twee wegen door elkaar gehaald. En dat kan leiden tot frustratie en teleurstelling. Ofschoon het toch zo logisch is als wat. Een open deur.

Preventieve gezondheidszorg is het helpen voorkomen dat de ziekten vat kunnen krijgen op de duif. Maar het is geen garantie dat de duiven niet ziek kunnen worden. Maar samen met een regelmatige gezondheidscontrole kan het er voor zorgen dat de duiven meer energie overhouden om enerzijds aan de vorm te kunnen werken en anderzijds, bij de jonge duiven, beter uit te kunnen groeien tot een goed gebouwde duif.

Het basissysteem waar wij nu al meerdere jaren ervaring mee hebben opgebouwd bestaat uit onze rode draad in de preventieve gezondheidszorg: De Bony SGR. Deze wordt na een gewenningsperiode van 10 dagen twee maal per week verstrekt.

Daarnaast wordt de combinatie BMT, Bony Nucleovit en Bony Basiskern 1-2 maal per week over het voer gegeven. Het geheel wordt tenslotte aangevuld met een gift van Bony M mineralenmix.

Als men daarnaast goed voer verstrekt leert de praktijk dat het gros van de duiven daarmee voldoende gereedschap hebben om hun basisgezondheid op peil te houden.

Al naar gelang de omstandigheden kan iedere liefhebber daar zijn persoonlijk voorkeur dan omheen bouwen.

Belangrijk blijft daarbij wel dat men de vinger aan de pols houdt en middels onderzoek in de gaten houdt of alles naar wens blijft verlopen.

In de kweekperiode wordt bovenstaande dan aangevuld met kweekolie. Na het afzetten krijgen de jongen om de stress op te vangen 10 dagen achtereen de Bony SGR en vervolgens bovenstaand schema. Het is onze ervaring dat de jongen op die manier pico bello opkomen.

Al met al hoeft een gedegen natuurlijke aanpak helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Bovenstaande is slechts een voorbeeld hoe men het zou kunnen aanpakken. Ik krijg regelmatig namelijk de vraag hoe ons basissysteem eruit ziet. Vandaar deze sumiere opsomming. Maar er zijn vanzelfsprekend alternatieven te bedenken. Ik ben blij dat er van meer kanten ingezien wordt dat een natuurlijke aanpak zeker van nut kan zijn. Het gaat er alleen maar om dat men zorgt dat men de duiven voldoende ondersteuning geeft om hun eigen afweer op peil te houden, de jongen het gereedschap meegeeft om hun lijf zo optimaal mogelijk tot volle wasdom te laten komen en de kans op ziekte insleep zoveel mogelijk vermijdt.

Lees meer...
 
Nieuwsbrief 1 Augustus 2010 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P. Boskamp   

Nieuwsbrief Augustus deel 1

 

Samen sterker

In de loop van de tijd krijg ik regelmatig diverse onderwerpen aangereikt met het verzoek daar in mijn nieuwsbrieven aandacht aan te besteden. Adenocoli, Herpes, Streptococcen, Ornithose enzovoort.

Ik geef hier dan ook regelmatig gehoor aan. Maar in deze nieuwsbrief wil ik toch nog eens de nadruk leggen op de noodzaak te investeren in gezondheid van de duiven in plaats van af te wachten tot de duiven ziek worden, waarna met een of ander medicijn getracht wordt de schade te herstellen en erger te voorkomen.

Ook wordt me met regelmaat de vraag gesteld of ik dan wel kan garanderen dat de duiven niet ziek worden als men de natuurlijkere aanpak gaat volgen. Ik zeg dan volmondig dat ik dat niet kan. Dat zou te mooi zijn om waar te zijn. Ook wordt me nog wel eens verweten dat ik ‘toch ook’ medicijnen voorschrijf. Ik krijg dan de neiging om me achter het oor te krabben, maar meestal steek ik toch weer van wal om uit te leggen dat Keulen en Aken niet op een dag gebouwd zijn.En dat de resultaten van deze andere aanpak best even op zich kunnen laten wachten. Dat men niet moet denken dat men de natuurlijk aanpak kan gaan volgen in de vooronderstelling dat dit instant effect heeft.

Dit is natuurlijk niet zo. Het is best een lange weg die men moet afleggen voordat men de vruchten kan plukken van deze andere aanpak. En zoals gezegd heeft men zelfs dan niet de garantie dat de duiven niet ziek worden. Het is alleen onze ervaring dat duiven die niet voor ieder wissewasje medicijnen krijgen veel sneller herstellen in geval van ziekte. Zeker duiven waarbij preventief de nodige aandacht geschonken wordt aan een goede verzorging op een natuurlijke manier. Maar dat niet alleen. Ze vervallen niet zo snel tot een recidief van een kwaal zoals ornithose of jonge duivenziekte.

Verder krijgt men een extra kans om beter te selecteren.

In principe zou ik deze nieuwsbrief helemaal niet moeten hoeven schrijven. Want het zou vanzelfsprekend moeten zijn de duiven optimaal te verzorgen. Gelukkig doet het merendeel van de liefhebbers dit ook. Aan hen is deze nieuwsbrief dan ook amper besteed. Maar er blijft toch nog een hele volksstam over die wil blijven geloven in het wonder in de medicijnpotjes. Alsof daarmee eventjes snel problemen worden weggepoetst.

Duivensport is inmiddels topsport. De liefhebbers die het allemaal niet zo nauw nemen met de optimale verzorging kunnen het behoorlijk verpesten voor de liefhebbers die dit wel doen. Deze laatste groep betaalt dan de tol voor de nalatigheid van de nonchalante liefhebbers.

Een tijdje terug schreef ik dat het goed mogelijk was om de duiven met een goede natuurlijke aanpak, zonder medicijnen aan de start te brengen. De duiven in ons onderzoek hadden vanaf de geboorte tot aan de voorvluchten geen medicijnen gehad en waren vrij van coccidiose, wormen, hexamiten, geelbesmetting en luchtweginfecties. Ook bij de eerste voorvluchten was alles nog prima. Maar op een gegeven moment gebeurde wat welhaast onvermijdelijk is, een van de liefhebbers uit ons onderzoekje moest inkorven bij een krabbelaar.( Een krabbelaar is iemand die de zorg voor de gezondheid niet serieus neemt en pas eventueel in actie komt als het kalf al bijna verzopen is.) Binnen een week hadden een aantal van de duiven als gevolg van het verblijf in dezelfde mand met de duiven van genoemde krabbelaar een zware geelbesmetting opgelopen alsmede een luchtwegbesmetting. Gevolg: de liefhebber die zijn duiven goed verzorgde moest toch gaan kuren. Goed, door de natuurlijke aanpak was er een goede basisconditie en de problemen waren dan ook snel weer opgelost. Maar zouden we niet bezig geweest zijn met ons onderzoek, dan was de kans groot geweest dat deze liefhebber te kampen zou hebben gekregen met tegenvallende prestaties ofschoon hij zijn duiven goed verzorgt.

In principe kan men stellen dat nu de duivensport topsport geworden is, een gedegen controle van de gezondheid middels onderzoek noodzakelijk is wil men niet overgeleverd zijn aan de vele blinde preventieve kuren.

Al die blinde preventieve kuren maken immers dat we het natuurlijke gezondheidsevenwicht dat we nastreven weer ondermijnen. Zeker als veel gekuurd moet worden door her-besmettingen.

Tijdens het duivenseizoen is het een komen en gaan van liefhebbers in de kliniek. Een deel komt voor de routinecontroles en meestal hoeft hier niet zo veel te gebeuren. Een deel komt voor de eerste keer en dan merk ik toch nog steeds dat er tegen veel verstandige regels wordt gezondigd.

Zo kan men dan ondanks alle voorlichting toch nog steeds horen dat men goed denkt te doen door één keer in de twee tot drie weken een dag of twee iets tegen het geel in het drinkwater te doen. Ik zie dan heel verbaasde reacties bij deze liefhebbers als ze met mij meekijken en zien dat hun duiven vol met het geel zitten. Natuurlijk wordt de schuld dan bij het gebruikte middel gelegd. Want men echter niet wil inzien is dat het middel veelal goed is, maar dat degene die het middel toepast een wijze van toepassing volgt die deze toenemende resistentie tegen de geelmiddelen juist in de hand heeft gewerkt.

Nu is het de afgelopen weken warm geweest en hebben de duiven ook meer gedronken, maar in het algemeen kan men stellen dat drinkwater kuren tegen het geel, zeker de korte kuurtjes, absoluut geen garantie meer geven dat de infecties verdwenen zijn.

Voldoende lang en voldoende hoog doseren kan dit voorkomen. Kuren over het voer of middels capsules of tabletten verdienen de voorkeur.

Ik kan niet vaak genoeg herhalen dat we met zijn allen verantwoordelijk zijn voor de resistentie van het geel voor de geelmiddelen. Langzaamaan gaan we de kant op dat behandeling met de gebruikelijke geelmiddelen niet meer voldoende helpt. Helaas zijn er geen alternatieven. Dus liefhebbers die dit aangaat, zorg voor een goede medicijngave en stop met het nonchalante gebruik van de geelmiddelen. We leven niet meer in 1975.

Ik had het over de verstandige regels waartegen gezondigd wordt. Zo hoor ik nog steeds dat men kuurtjes in halve doseringen met baytril, baycox, ronidazole en noem ze allemaal maar op, geeft tijdens het seizoen, omdat de duiven bij de juiste dosering anders mogelijk te veel vorm zouden kunnen verliezen. Dat is in principe om te janken. Je kunt dan als duivenarts op een rustige manier proberen duidelijk te maken dat dit zo fout is als fout maar kan zijn. Uit de reacties kan men dan zien dat een aantal liefhebbers die dit op deze manier doen, echt niet weten dat ze zeer verkeerd bezig zijn met het oog op de resistentieproblematiek. Deze zijn dan ook zeker bereid om van deze heilloze gewoonte af te stappen. Maar je ziet een aantal liefhebbers makkelijk ja knikken en denken: ’ Ja klets maar raak. Ik doe het al jaren zo en dat bevalt me prima’. Deze liefhebbers zijn dan ook niet te overtuigen. Ze schreeuwen vaak wel het hardste als uit onderzoek blijkt dat hun duiven bacteriën bij zich dragen die resistent zijn voor tal van antibiotica.

Het trieste van dit verhaal is dat je als liefhebber maar zult moeten inkorven bij de duiven van zulke die-hards . Immers de kans is groot dat de eigen duiven deze bacteriën overnemen en dat men ongewild en ongewenst opgezadeld wordt met resistente bacteriën die op termijn de gezondheid van de eigen duiven beginnen te ondermijnen. Zonder het zelf te willen verpesten anderen dan de lol in de eigen hobby.

Lees meer...
 
Nieuwsbrief 2 Juli 2010 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P. Boskamp   

Circovirus

Dit virus staat in de belangstelling sedert circa 2000. Het is een virus dat het immuunsysteem van de duiven aantast. De mate waarin dit gebeurt hangt mede af van het tijdstip waarop de besmetting plaats vindt. Het is makkelijk voor te stellen dat de gevolgen groter zullen zijn als dit in een vroege levensfase van de duif gebeurt. Het hele immuunsysteem is zich dan immers nog aan het ontwikkelen. Als duiven heel vroeg in het leven besmet wordt dan is de kans dat ze zullen sterven aan ziekten die hen normaal weinig of niets doen veel groter. De jongen zullen slecht opgroeien omdat veel energie die normaal voor de opbouw van het lichaam gebruikt worden kan nu zo goed en zo kwaad als maar kan, gebruikt worden voor de afweer tegen de belagers.

Naarmate de aanval van het virus later komt zal het afweersysteem al verder ontwikkeld zijn en zullen de gevolgen beperkter zijn. Maar ook dan is het niet lastig voor te stellen dat de afweer de instrumenten uit de handen geslagen krijgt waarmee andere ziekten moeten worden bestreden. Deze ziekten krijgen dan ook meer kans om zich te manifesteren en de duiven kunnen niet aan hun vorm werken als ze al in de gelegenheid zijn om hun lichaam normaal tot wasdom te laten komen.

De reactie op vaccinaties zal bij een infectie met het circovirus dan ook veel matiger zijn dan in de gevallen dat de duiven normaal kunnen opgroeien. Bij een besmetting met het circovirus kunnen de duiven vaak niet effectief reageren op een vaccinatie met het paramixovaccin. Deze duiven bouwen dan onvoldoende weerstand op waardoor er toch verschijnselen van deze ziekte zich kunnen voordoen.

Het is dan ook belangrijk om de duiven niet te laat te vaccineren tegen paramyxo en andere virale infecties mede met het oog op het risico van een eerdere besmetting met het circovirus. Zodra er een vaccin tegen dit virus op de markt komt zou het wel eens kunnen zijn dat we ook veel andere ziekten veel makkelijker onder controle zouden kunnen houden. We pakken het kwaad dan immers meer bij de bron aan.

De praktijk

Nu halverwege het jaar is er een allegaartje aan ziekteverschijnselen op het spreekuur te zien. Waar in het begin van het seizoen vooral de luchtweginfecties met slijmvorming te zien waren, zien we nu de gevolgen van de diverse virusinfecties die de duiven onder andere tijdens hun verblijf in de manden oplopen.

Natuurlijk zijn er ook nog genoeg hokken waar er alleen sprake is van milde luchtweginfecties die zich met eenvoudige behandelingen laten verhelpen. Maar juist deze maand valt het me op dat het lijkt alsof er meer infecties zijn dan andere jaren die zich moeilijker laten tackelen. Het kan zijn dat het matige voorjaar daar een rol in speelt. Maar ook een toename van de virale infectiedruk zou daarbij wel degelijk een achterliggende oorzaak kunnen zijn.

Lees meer...
 
Nieuwsbrief 1 Juli 2010 PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door P. Boskamp   

Halverwege het jaar

Als we zo halverwege het jaar kijken naar de ontwikkelingen op medisch gebied in de duivensport dan zien we dat een aantal virussen de gezondheid van de duiven behoorlijk in de weg zit. Virusinfecties verzwakken de duiven vaak in dergelijke mate dat secundaire bacteriële infecties vrij spel krijgen. Deze laatste geven dan vaak pas de ernstige symptomen die tot ingrijpen aanzetten. Maar zolang de achterliggende virale oorzaak niet onder controle te brengen is, is het veelal dweilen met de kraan open.

In februari waren er al ernstige uitbraken van het herpesvirus met behoorlijke sterfte onder de jongen.

Eind mei waren er de eerste duiven met pokken in de praktijk. Afgelopen week kwamen berichten uit Duitsland over een gemuteerd paramyxovirus dat voor ernstige problemen zou zorgen. Daarover moet nog nader informatie ingewonnen worden.

Een aantal liefhebbers heeft bij hun duiven last van het Adenocolisyndroom. In een aantal gevallen blijkt het in de praktijk echter om Herpesvirusbesmettingen te gaan.

En tot slot is er nog een sluipmoordenaar genaamd Circovirus. Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat dit laatste virus achter de ogenschijnlijk toenemende infectiedruk van de andere virussen zou kunnen zitten.

Wat zijn virussen?

Ik lees in dagbladen vaker dat journalisten over virussen spreken alsof het bacteriën zijn en omgekeerd. Ook merk ik in de spreekkamer vaker dat menigeen niet het verschil weet tussen de diverse soorten andere parasieten. Op zich is het geen ramp, maar voor een goed begrip van de werking van de diverse medicijnen is het wel noodzakelijk dat men op de hoogte is van het verschil. Daarom kan het geen kwaad kort even wat basisinfo hierover te geven.

Als we van parasieten spreken doelen we op alle eencellige en meercellige wezens die zich ten koste van een gastheer in leven houden.

Bij parasieten denken we dan vooral aan wormen en mijten. Deze zijn doorgaans zichtbaar voor het blote oog.

Niet zichtbaar voor het blote oog zijn de andere parasieten zoals we onderscheiden de bacteriën, de protozoën en de virussen.

De bacteriën zijn de eencelligen die doorgaans gevoelig zijn voor antibiotica en chemotherapeutica. Tot de groep van de bacteriën horen niet alleen parasieten maar ook heel nuttige exemplaren die nodig zijn bij de vertering enzovoort.

Een volgende groep parasieten zijn de protozoën waartoe de voor de duiven belangrijke trichomonaden, hexamiten en coccidiën behoren. Deze belagers zijn te bestrijden met specifieke chemotherapeutica. In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de trichomonaden nagenoeg alleen te bestrijden met een medicijngroep genaamd, imidazolverbindingen. De medicijnen die tot deze groep behoren zijn allemaal aan elkaar verwant en als een parasiet ongevoelig is voor een medicijn uit deze groep dan is de gevoeligheid voor andere medicijnen uit deze groep ook al meestal minder. Zgn. kruisresistentie.

Hierbij moet bij de bestrijding van de trichomonaden en de hexamiten wel degelijk rekening gehouden worden. Een voldoende lange kuur en gedegen aanpak van deze parasieten is dan ook van het grootste belang. Blijven we nonchalant met de bestrijding van deze parasiet omgaan dan zullen we binnen afzienbare tijd met het probleem van multipele resistentie zitten waardoor de parasiet weer vrij spel krijgt.

Het is dan ook een misvatting bij veel melkers die vol overtuiging melden dat ze wel vaker wisselen van medicijn om de resistentie voor te blijven. Zodra de medicijnen die gebruikt worden behoren tot dezelfde groep gaat deze waaier niet op.

Virussen, tenslotte, zijn parasieten die voor hun vermeerdering afhankelijk zijn van de cellen van hun gastheer. Virussen laten de cellen van hun gastheer opdraaien voor hun vermenigvuldiging. Er zijn virusremmers beschikbaar in de humane sector. Voor grootschalige toepassing in de duivengeneeskunde zijn deze nagenoeg niet beschikbaar, mede ook vanwege de hoge kosten.

Virussen laten zich niet met antibiotica bestrijden in tegenstelling tot wat menig duivenmelker meent.

De aanpak van virussen moet in de duivengeneeskunde dus vooral in het preventieve gebied liggen.

Ik zal een beknopte opsomming geven van de belangrijkste virussen die bij duiven voor problemen kunnen zorgen. Hierbij wil ik vooral aandacht besteden aan de praktische gevolgen hiervan.

Pokken

De pokken vormen momenteel best een groot probleem.

Lees meer...
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Wist U dat...

...de effectiefste manier om het geel te bestrijden nog steeds het toedienen is van een geelcapsule op de nuchtere maag, gedurende twee opvolgende dagen?