Nieuwsbrief 1 Juli 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
Wednesday, 23 June 2010 08:02
There are no translations available.

Halverwege het jaar

Als we zo halverwege het jaar kijken naar de ontwikkelingen op medisch gebied in de duivensport dan zien we dat een aantal virussen de gezondheid van de duiven behoorlijk in de weg zit. Virusinfecties verzwakken de duiven vaak in dergelijke mate dat secundaire bacteriële infecties vrij spel krijgen. Deze laatste geven dan vaak pas de ernstige symptomen die tot ingrijpen aanzetten. Maar zolang de achterliggende virale oorzaak niet onder controle te brengen is, is het veelal dweilen met de kraan open.

In februari waren er al ernstige uitbraken van het herpesvirus met behoorlijke sterfte onder de jongen.

Eind mei waren er de eerste duiven met pokken in de praktijk. Afgelopen week kwamen berichten uit Duitsland over een gemuteerd paramyxovirus dat voor ernstige problemen zou zorgen. Daarover moet nog nader informatie ingewonnen worden.

Een aantal liefhebbers heeft bij hun duiven last van het Adenocolisyndroom. In een aantal gevallen blijkt het in de praktijk echter om Herpesvirusbesmettingen te gaan.

En tot slot is er nog een sluipmoordenaar genaamd Circovirus. Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat dit laatste virus achter de ogenschijnlijk toenemende infectiedruk van de andere virussen zou kunnen zitten.

Wat zijn virussen?

Ik lees in dagbladen vaker dat journalisten over virussen spreken alsof het bacteriën zijn en omgekeerd. Ook merk ik in de spreekkamer vaker dat menigeen niet het verschil weet tussen de diverse soorten andere parasieten. Op zich is het geen ramp, maar voor een goed begrip van de werking van de diverse medicijnen is het wel noodzakelijk dat men op de hoogte is van het verschil. Daarom kan het geen kwaad kort even wat basisinfo hierover te geven.

Als we van parasieten spreken doelen we op alle eencellige en meercellige wezens die zich ten koste van een gastheer in leven houden.

Bij parasieten denken we dan vooral aan wormen en mijten. Deze zijn doorgaans zichtbaar voor het blote oog.

Niet zichtbaar voor het blote oog zijn de andere parasieten zoals we onderscheiden de bacteriën, de protozoën en de virussen.

De bacteriën zijn de eencelligen die doorgaans gevoelig zijn voor antibiotica en chemotherapeutica. Tot de groep van de bacteriën horen niet alleen parasieten maar ook heel nuttige exemplaren die nodig zijn bij de vertering enzovoort.

Een volgende groep parasieten zijn de protozoën waartoe de voor de duiven belangrijke trichomonaden, hexamiten en coccidiën behoren. Deze belagers zijn te bestrijden met specifieke chemotherapeutica. In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de trichomonaden nagenoeg alleen te bestrijden met een medicijngroep genaamd, imidazolverbindingen. De medicijnen die tot deze groep behoren zijn allemaal aan elkaar verwant en als een parasiet ongevoelig is voor een medicijn uit deze groep dan is de gevoeligheid voor andere medicijnen uit deze groep ook al meestal minder. Zgn. kruisresistentie.

Hierbij moet bij de bestrijding van de trichomonaden en de hexamiten wel degelijk rekening gehouden worden. Een voldoende lange kuur en gedegen aanpak van deze parasieten is dan ook van het grootste belang. Blijven we nonchalant met de bestrijding van deze parasiet omgaan dan zullen we binnen afzienbare tijd met het probleem van multipele resistentie zitten waardoor de parasiet weer vrij spel krijgt.

Het is dan ook een misvatting bij veel melkers die vol overtuiging melden dat ze wel vaker wisselen van medicijn om de resistentie voor te blijven. Zodra de medicijnen die gebruikt worden behoren tot dezelfde groep gaat deze waaier niet op.

Virussen, tenslotte, zijn parasieten die voor hun vermeerdering afhankelijk zijn van de cellen van hun gastheer. Virussen laten de cellen van hun gastheer opdraaien voor hun vermenigvuldiging. Er zijn virusremmers beschikbaar in de humane sector. Voor grootschalige toepassing in de duivengeneeskunde zijn deze nagenoeg niet beschikbaar, mede ook vanwege de hoge kosten.

Virussen laten zich niet met antibiotica bestrijden in tegenstelling tot wat menig duivenmelker meent.

De aanpak van virussen moet in de duivengeneeskunde dus vooral in het preventieve gebied liggen.

Ik zal een beknopte opsomming geven van de belangrijkste virussen die bij duiven voor problemen kunnen zorgen. Hierbij wil ik vooral aandacht besteden aan de praktische gevolgen hiervan.

Pokken

De pokken vormen momenteel best een groot probleem.

Last Updated on Wednesday, 23 June 2010 08:25
Read more...
 
Nieuwsbrief 2 Juni 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
Friday, 04 June 2010 09:39
There are no translations available.

Herpesvirus (2)

Achtergrond van het virus

Het herpesvirus staat wetenschappelijk bekend als DHV1. Veel van de infecties met het herpesvirus verlopen subklinisch. Er zijn veel duiven latent besmet met het herpesvirus.

Herpesvirussen kunnen zich terugtrekken tot langs de zenuwbanen. Ze kunnen daar als het ware in rust gaan. De dieren zijn dan zgn. latent besmet. Deze duiven hoeven dan ook absoluut geen ziekteverschijnselen te vertonen. Als er echter (kortstondige) stress optreedt kan het virus zich plotseling gaan manifesteren. De duiven kunnen als de weerstand niet hoog genoeg is dan de typische beslagen in de bek krijgen. De dieren gaan dan massaal virus uitscheiden waardoor andere duiven met een verminderde weerstand het virus oplopen. De infectiedruk stijgt.

Als dergelijke duiven in een transport zitten kan het virus ongeveer een week later bij de andere duiven die ook in de duivencabines zaten problemen veroorzaken, al dan niet met zichtbare verschijnselen.

Normaal gesproken is het zo dat de jongen al vroeg besmet worden, vaak al bij het azen door de ouderdieren. Ze hebben dan nog bescherming door de afweerstoffen die ze van de moeder hebben meegekregen (zgn. maternale antistoffen). Er treden dan meestal geen klinische verschijnselen op maar de duiven blijven wel levenslang besmet.

Klinische verschijnselen zijn te verwachten bij duiven die geen antistoffen heeben zodra deze met het virus in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als aangekochte jongen bij de eigen jongen worden geplaatst. Na 5-7 dagen kunnen dan ziekteverschijnselen optreden. Wanneer er dan sterke virusvermeerdering plaats vindt kan de infectiedruk zo hoog oplopen op het hok dat ook eigen jonge duiven met weinig antistoffen ziekteverschijnselen gaan vertonen. Het virus kan op deze wijze lange tijd actief blijven op een hok. Met alle gevolgen van dien natuurlijk voor het jonge-duivenspeelseizoen. Het herstel bij een zwaardere virusbesmetting kan wel één tot drie weken duren.

Zoals gezegd zal tijdens stresssituaties, zoals die optreden bij transporten in de manden, duiven deze virussen en masse uit gaan scheiden. Dit zal natuurlijk eerder gebeuren als de duiven weinig weerstand hebben en/of andere ziekten in meer of mindere mate herbergen. Het is dan in de aanloop naar de opleervluchten verstandig de duiven te laten nazien op verborgen kwalen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden, indien nodig, om in geval van een besmetting met het herpesvirus sneller hiervan te kunnen herstellen.

Onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat in de maand juli een piek bereikt wordt in de uitscheiding van het virus tijdens het vervoer en dat dan wel tot 60% positieve mestmonsters gevonden kunnen worden.

Meer dan 50% van de duiven heeft antistoffen tegen dit virus.

Uit eigen ervaring weten we dat het belang van het herpesvirus de laatste jaren begint toe te nemen. Niet alleen zien we al vroeger gevallen dan gebruikelijk, ook lijkt de ernst van de uitbraken toe te nemen. Het lijkt erop dat ieder jaar meer jonge duiven achterblijven. Sommige verdwijnen zelfs (massaal) aan huis.

Met name jonge duiven tussen de 2 en 10 weken kunnen klinische verschijnselen gaan vertonen.

Last Updated on Wednesday, 09 June 2010 09:06
Read more...
 
Nieuwsbrief 3 Mei 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
Tuesday, 04 May 2010 12:55
There are no translations available.

Nieuwsbrief duif mei 2010 (3)

Fondduiven

De medische begeleiding van de duivensport kent veel variaties, ofschoon dit doorgaans behoorlijk over het hoofd wordt gezien en alles veelal min of meer op een hoop wordt gegooid.

Het maakt natuurlijk nogal verschil of je over de medische begeleiding van vitesseduiven spreekt in vergelijking met fondduiven. Ook midfondduiven hebben een andere benadering nodig.

Kortom de soort wedstrijden waaraan duiven mee doen kan wel degelijk van belang zijn in relatie tot de medische begeleiding.

Ook de regelmaat waarmee de duiven mee moeten op de vluchten speelt een belangrijke rol. Hoe lang is de recuperatietijd. Het programma in Duitsland eist een snelle recuperatie en daar mag weinig aan het toeval overgelaten worden. De fondvluchten bieden wat dat betreft meer mogelijkheden en kunnen dus op een heel andere manier worden benaderd.

Door de medische begeleiding op een hoop te gooien halen we niet alle mogelijkheden eruit die er zijn, maar evenmin doen we de duiven recht.

Als we kijken aar de fondduiven dan dient de medische benadering totaal anders te zijn dan bij programmaduiven. Immers de programmaduiven moeten nu tiptop aan de start verschijnen, terwijl de fondduiven aan het begin van het seizoen vooral vliegkilometers moeten maken.

Desalniettemin hebben fondliefhebbers natuurlijk wel de morele verplichting om te zorgen dat hun duiven ook bij deze, voor hen, trainingsvluchten, gezond de manden in gaan. Het past dan niet om te stellen dat ze nog niets aan de gezondheid hoeven te doen omdat ze ‘er toch nog niet hoeven te staan’ . Dat mag vanuit eigen standpunt correct geacht worden, ofschoon ik zlefs dat betwijfel. Ook hier geldt weer de morele plicht ten opzichte van de collega duivenmelkers die met hun programmaduiven wel degelijk hun mannetje moeten staan en er niet op staan te wachten dat hun duiven een zware geelbesmetting oplopen omdat collega’s het (nog) niet zo nauw nemen met de gezondheidszorg. We moeten met zijn allen beseffen dat we in de duivensport met topsport bezig zijn en dat dit om zelfdiscipline vraagt.

Ik vind het vanzelfsprekend dat iedere liefhebber de collegialiteit moet opbrengen om geen zieke en verdachte duiven in te korven. Ook op die manier kunnen we het overmatige gebruik van medicijnen samen terugdringen.

Maar los daarvan is het een foutieve veronderstelling om er van uit te gaan dat men duiven die besmet zijn met trichomonas, wormen of coccidiose om zelfs niet te spreken van luchtweginfecties trainingskilometers te kan laten maken omdat ze er nog niet hoeven te staan. Duiven die deze kwalen herbergen zullen een bovenmaatse inspanning moeten leveren die ten koste gaat van de spier- en vormopbouw. Deze duiven kunnen zich niet adequaat voorbereiden op het eigenlijke werk waarvoor ze gehouden worden. Om trainingsopbouw naar behoren en efficiënt te laten functioneren is het een eerste vereiste dat de duiven gezond zijn.

Last Updated on Friday, 28 May 2010 09:04
Read more...
 
Nieuwsbrief 1 Juni 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
Friday, 04 June 2010 09:25
There are no translations available.

Herpes-virus (1)

Aan het Herpes-virus heb ik al meerdere nieuwsbrieven gewijd. Toch blijven er heel vaak vragen over binnenkomen. Zeker nu de omvang van de uitbraken duidelijk lijkt toe te nemen. Genoeg reden dus om deze vervelende kwaal opnieuw in het voetlicht te plaatsen.

Ik wil deze keer echter vooral een praktische benadering kiezen, zodat het verhaal minder ‘een ver van mijn bed show’ is. Want menigeen heeft bij zijn duiven te maken met dit virus zonder dat men het zelf weet of in de gaten heeft. Het enige wat op kan vallen is dat de duiven niet goed willen trainen ondanks dat men er alles aan gedaan lijkt te hebben om ze in de juiste vorm te krijgen.

Waar we sinds 2005 zo rond eind mei en juni de meeste gevallen zagen bij vooral de jonge duiven waren dit jaar de eerste uitbraken al in februari te zien. Deze gingen gepaard met behoorlijke verliezen.

Bij sommige liefhebbers kregen de jongen nagenoeg allemaal de typische beslagen in de bek en keelholte.

Veel patiënten waren dan niet te redden. Alleen met veel moeite en inspanning lukte het de jongen erdoor te krijgen (dwangvoeding met een speciale pap etc.)

Gedurende het hele voorjaar bereikten ons berichten en zagen we duiven op het spreekuur met typische verschijnselen van het herpesvirus. Maar er waren ook genoeg gevallen waar het een vermoeden was dat herpes een rol speelde.

Als er een herpesvirusinfectie op een hok rondwaart kan deze nagenoeg symptoomloos verlopen. Zeker in de maanden buiten het vliegseizoen. Het enige wat in die periode dan opvalt is dat de duiven een tikkeltje lusteloos zijn.

Maar ook in die rustige periodes kunnen er duiven tussen zitten met de typische geelwitte beslagen in de bek. Veel liefhebbers denken dan aan een besmetting met het geel en kuren hier dan tegen zonder effect. Meerdere keren ben ik dan ook opgebeld door een liefhebber die me melde dat de duiven niet goed op een geelbehandeling reageerden. Meestal werd deze mededeling gevolgd door de vraag of er soms een zwaarder middel te krijgen was.

In het rustige seizoen kunnen de symptomen dus best meevallen. Zeker bij de oudere duiven en jaarlingen. Maar zoals gezegd zagen we dit jaar al vroeg vrij ernstige gevallen.

Tijdens het vliegseizoen kunnen deze milde gevallen best al voor grote problemen zorgen. Men heeft alles gedaan wat men moest doen om de duiven gezond aan de start te krijgen. Zo nodig na onderzoek een geelkuur. Soms zegt een dierenarts zelfs dat de kelen iets te rood zijn. Maar op een vraag of de duiven slecht trainen valt vaak te horen dat het beter kon, maar dat het nog wel meevalt.

Verder onderzoek levert dan vaak weinig op. Wat streptococcen of staphylococcen bij een bacteriologisch onderzoek. Moeten de duiven presteren dan geven ze niet thuis. Ze komen veel te laat en zelfs ervaren duiven blijven achter. Ook als de weersomstandigheden niet tegenzitten. Maar als dat ook nog het geval is dan kunnen de verliezen fors zijn.

Als de duiven te laat komen wordt vaak een luchtwegkuur gegeven aan de duiven. Maar de week later blijven er weer (teveel) duiven achter. “Hoe kan dat nu? Volgens mij is die kuur niet sterk genoeg…” is een dan veel gehoorde opmerking.

Als je als duivenarts de duiven dan onderzoekt vind je in de krop vaak  meer ontstekingscellen dan normaal. De mogelijkheid wordt geopperd dat er dus Herpes in het spel kan zijn.

“Dan doet U me daar maar een goede kuur voor”, krijg je dan vaak te horen.

Maar helaas Herpes is een virusinfectie en net als bij de griep moeten de duiven het uitzieken. En dat kost tijd. En tijd heeft een duivenmelker in het seizoen niet. Er moet immers een onmiddellijke oplossing komen.

Dat alle antibiotica die in deze gevallen voorgeschreven worden alleen maar de secundaire (= bijkomende) infecties behandelen wil men liever niet horen.

“Maar die en die heeft een kuur gekregen en na een paar dagen vlogen de duiven best weer.” Dat kan best. De oorzaak is dan gelegen in het feit dat de kuur de secundaire infecties heeft weggewerkt en de duiven zelf afweer hebben opgebouwd tegen het virus.

Maar normaal gesproken heeft een herpesinfectie tijd nodig om door het hele hok te trekken. Maar het heeft ook tijd nodig voordat de duiven weer de oude zijn. Met en zonder ondersteuning door antibiotica. Naarmate de duiven jonger zijn duurt de genezing ook langer.

 

Jonge duiven.

Herpes bij jonge duiven is een verhaal op zich. De jongen kunnen lekker vliegen rond het hok. Kogelrond ingekorfd worden om dan ’s zondags voor een derde tot de helft niet meer thuis te komen.Hiervoor worden dan allerlei redenen gezocht. Zeker als het massaal gebeurt.

Vaak zijn het maar een of twee jonge duiven op een totaal van honderd die de typische beslagen in de bek krijgen.

Soms beginnen de jongen met overgeven. Gelet op de tijd van het jaar wordt dan snel geroepen. “Ik heb de coli aan mijn jongen, maar ze reageren niet op de kuur’

In Duitsland wordt dan ook een betere term gebezigd: “Juntierkrankheit”. Want de laatste jaren zien we steeds meer mengvormen met zowel streptococcen, E. Coli al dan niet met het Adenovirus en het Herpesvirus. Soms doen ook nog hexamiten en trichomonen een duit in het zakje en dan kun je met recht spreken van het Jongdiercomplex.

Maar goed, het zal je maar gebeuren dat je jongen voor een kwart tot een derde achterblijven op de eerste de beste vlucht. Wat moet je in die gevallen nu net niet doen? Juist ja, de rest door blijven spelen. De kans is namelijk groot dat de week erop de besmetting op uitbreken staat bij de overgebleven duiven waardoor er weer jongen achterblijven. En daar trekken we de jongen toch niet voor. Het beste advies is dan om de jongen dan bij de late jongen te spelen. Ze hebben dan de infectie verwerkt en kunnen de vluchten aan.

Ik mag hopen dat het dit jaar mee zal vallen, maar als ik zie dat we al vroeg in het seizoen met dit virus te maken hadden zou dit wel eens ijdele hoop kunnen zijn.

Goed, ik doe mijn verhaal in de kliniek en krijg dan steevast te horen. ‘Ja maar dokter, is er dan echt geen medicijn dat U kunt voorschrijven?’

En dan probeer ik nogmaals uit te leggen dat het om een virus gaat en dat de jongen mogelijk sneller genezen met een medicijn omdat de bijkomende infecties weggenomen worden maar dat dit geen garantie is dat ze snel weer de oude zullen zijn.

Geduld is in deze het beste medicijn.

Kunnen we dan echt niets?

Read more...
 
<< Start < Prev 1 2 Next > End >>

Page 2 of 2
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Did you know....

That a cure against worms should be repeated after 1-2 weeks, because of the remaining young stadia of the worms, that can only be killed when becoming adults 1-2 weeks later?