Nieuwsbrieven 2010
Nieuwsbrief 2 Juni 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
There are no translations available.

Herpesvirus (2)

Achtergrond van het virus

Het herpesvirus staat wetenschappelijk bekend als DHV1. Veel van de infecties met het herpesvirus verlopen subklinisch. Er zijn veel duiven latent besmet met het herpesvirus.

Herpesvirussen kunnen zich terugtrekken tot langs de zenuwbanen. Ze kunnen daar als het ware in rust gaan. De dieren zijn dan zgn. latent besmet. Deze duiven hoeven dan ook absoluut geen ziekteverschijnselen te vertonen. Als er echter (kortstondige) stress optreedt kan het virus zich plotseling gaan manifesteren. De duiven kunnen als de weerstand niet hoog genoeg is dan de typische beslagen in de bek krijgen. De dieren gaan dan massaal virus uitscheiden waardoor andere duiven met een verminderde weerstand het virus oplopen. De infectiedruk stijgt.

Als dergelijke duiven in een transport zitten kan het virus ongeveer een week later bij de andere duiven die ook in de duivencabines zaten problemen veroorzaken, al dan niet met zichtbare verschijnselen.

Normaal gesproken is het zo dat de jongen al vroeg besmet worden, vaak al bij het azen door de ouderdieren. Ze hebben dan nog bescherming door de afweerstoffen die ze van de moeder hebben meegekregen (zgn. maternale antistoffen). Er treden dan meestal geen klinische verschijnselen op maar de duiven blijven wel levenslang besmet.

Klinische verschijnselen zijn te verwachten bij duiven die geen antistoffen heeben zodra deze met het virus in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als aangekochte jongen bij de eigen jongen worden geplaatst. Na 5-7 dagen kunnen dan ziekteverschijnselen optreden. Wanneer er dan sterke virusvermeerdering plaats vindt kan de infectiedruk zo hoog oplopen op het hok dat ook eigen jonge duiven met weinig antistoffen ziekteverschijnselen gaan vertonen. Het virus kan op deze wijze lange tijd actief blijven op een hok. Met alle gevolgen van dien natuurlijk voor het jonge-duivenspeelseizoen. Het herstel bij een zwaardere virusbesmetting kan wel één tot drie weken duren.

Zoals gezegd zal tijdens stresssituaties, zoals die optreden bij transporten in de manden, duiven deze virussen en masse uit gaan scheiden. Dit zal natuurlijk eerder gebeuren als de duiven weinig weerstand hebben en/of andere ziekten in meer of mindere mate herbergen. Het is dan in de aanloop naar de opleervluchten verstandig de duiven te laten nazien op verborgen kwalen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden, indien nodig, om in geval van een besmetting met het herpesvirus sneller hiervan te kunnen herstellen.

Onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat in de maand juli een piek bereikt wordt in de uitscheiding van het virus tijdens het vervoer en dat dan wel tot 60% positieve mestmonsters gevonden kunnen worden.

Meer dan 50% van de duiven heeft antistoffen tegen dit virus.

Uit eigen ervaring weten we dat het belang van het herpesvirus de laatste jaren begint toe te nemen. Niet alleen zien we al vroeger gevallen dan gebruikelijk, ook lijkt de ernst van de uitbraken toe te nemen. Het lijkt erop dat ieder jaar meer jonge duiven achterblijven. Sommige verdwijnen zelfs (massaal) aan huis.

Met name jonge duiven tussen de 2 en 10 weken kunnen klinische verschijnselen gaan vertonen.

Read more...
 
Nieuwsbrief 1 Juni 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
There are no translations available.

Herpes-virus (1)

Aan het Herpes-virus heb ik al meerdere nieuwsbrieven gewijd. Toch blijven er heel vaak vragen over binnenkomen. Zeker nu de omvang van de uitbraken duidelijk lijkt toe te nemen. Genoeg reden dus om deze vervelende kwaal opnieuw in het voetlicht te plaatsen.

Ik wil deze keer echter vooral een praktische benadering kiezen, zodat het verhaal minder ‘een ver van mijn bed show’ is. Want menigeen heeft bij zijn duiven te maken met dit virus zonder dat men het zelf weet of in de gaten heeft. Het enige wat op kan vallen is dat de duiven niet goed willen trainen ondanks dat men er alles aan gedaan lijkt te hebben om ze in de juiste vorm te krijgen.

Waar we sinds 2005 zo rond eind mei en juni de meeste gevallen zagen bij vooral de jonge duiven waren dit jaar de eerste uitbraken al in februari te zien. Deze gingen gepaard met behoorlijke verliezen.

Bij sommige liefhebbers kregen de jongen nagenoeg allemaal de typische beslagen in de bek en keelholte.

Veel patiënten waren dan niet te redden. Alleen met veel moeite en inspanning lukte het de jongen erdoor te krijgen (dwangvoeding met een speciale pap etc.)

Gedurende het hele voorjaar bereikten ons berichten en zagen we duiven op het spreekuur met typische verschijnselen van het herpesvirus. Maar er waren ook genoeg gevallen waar het een vermoeden was dat herpes een rol speelde.

Als er een herpesvirusinfectie op een hok rondwaart kan deze nagenoeg symptoomloos verlopen. Zeker in de maanden buiten het vliegseizoen. Het enige wat in die periode dan opvalt is dat de duiven een tikkeltje lusteloos zijn.

Maar ook in die rustige periodes kunnen er duiven tussen zitten met de typische geelwitte beslagen in de bek. Veel liefhebbers denken dan aan een besmetting met het geel en kuren hier dan tegen zonder effect. Meerdere keren ben ik dan ook opgebeld door een liefhebber die me melde dat de duiven niet goed op een geelbehandeling reageerden. Meestal werd deze mededeling gevolgd door de vraag of er soms een zwaarder middel te krijgen was.

In het rustige seizoen kunnen de symptomen dus best meevallen. Zeker bij de oudere duiven en jaarlingen. Maar zoals gezegd zagen we dit jaar al vroeg vrij ernstige gevallen.

Tijdens het vliegseizoen kunnen deze milde gevallen best al voor grote problemen zorgen. Men heeft alles gedaan wat men moest doen om de duiven gezond aan de start te krijgen. Zo nodig na onderzoek een geelkuur. Soms zegt een dierenarts zelfs dat de kelen iets te rood zijn. Maar op een vraag of de duiven slecht trainen valt vaak te horen dat het beter kon, maar dat het nog wel meevalt.

Verder onderzoek levert dan vaak weinig op. Wat streptococcen of staphylococcen bij een bacteriologisch onderzoek. Moeten de duiven presteren dan geven ze niet thuis. Ze komen veel te laat en zelfs ervaren duiven blijven achter. Ook als de weersomstandigheden niet tegenzitten. Maar als dat ook nog het geval is dan kunnen de verliezen fors zijn.

Als de duiven te laat komen wordt vaak een luchtwegkuur gegeven aan de duiven. Maar de week later blijven er weer (teveel) duiven achter. “Hoe kan dat nu? Volgens mij is die kuur niet sterk genoeg…” is een dan veel gehoorde opmerking.

Als je als duivenarts de duiven dan onderzoekt vind je in de krop vaak  meer ontstekingscellen dan normaal. De mogelijkheid wordt geopperd dat er dus Herpes in het spel kan zijn.

“Dan doet U me daar maar een goede kuur voor”, krijg je dan vaak te horen.

Maar helaas Herpes is een virusinfectie en net als bij de griep moeten de duiven het uitzieken. En dat kost tijd. En tijd heeft een duivenmelker in het seizoen niet. Er moet immers een onmiddellijke oplossing komen.

Dat alle antibiotica die in deze gevallen voorgeschreven worden alleen maar de secundaire (= bijkomende) infecties behandelen wil men liever niet horen.

“Maar die en die heeft een kuur gekregen en na een paar dagen vlogen de duiven best weer.” Dat kan best. De oorzaak is dan gelegen in het feit dat de kuur de secundaire infecties heeft weggewerkt en de duiven zelf afweer hebben opgebouwd tegen het virus.

Maar normaal gesproken heeft een herpesinfectie tijd nodig om door het hele hok te trekken. Maar het heeft ook tijd nodig voordat de duiven weer de oude zijn. Met en zonder ondersteuning door antibiotica. Naarmate de duiven jonger zijn duurt de genezing ook langer.

 

Jonge duiven.

Herpes bij jonge duiven is een verhaal op zich. De jongen kunnen lekker vliegen rond het hok. Kogelrond ingekorfd worden om dan ’s zondags voor een derde tot de helft niet meer thuis te komen.Hiervoor worden dan allerlei redenen gezocht. Zeker als het massaal gebeurt.

Vaak zijn het maar een of twee jonge duiven op een totaal van honderd die de typische beslagen in de bek krijgen.

Soms beginnen de jongen met overgeven. Gelet op de tijd van het jaar wordt dan snel geroepen. “Ik heb de coli aan mijn jongen, maar ze reageren niet op de kuur’

In Duitsland wordt dan ook een betere term gebezigd: “Juntierkrankheit”. Want de laatste jaren zien we steeds meer mengvormen met zowel streptococcen, E. Coli al dan niet met het Adenovirus en het Herpesvirus. Soms doen ook nog hexamiten en trichomonen een duit in het zakje en dan kun je met recht spreken van het Jongdiercomplex.

Maar goed, het zal je maar gebeuren dat je jongen voor een kwart tot een derde achterblijven op de eerste de beste vlucht. Wat moet je in die gevallen nu net niet doen? Juist ja, de rest door blijven spelen. De kans is namelijk groot dat de week erop de besmetting op uitbreken staat bij de overgebleven duiven waardoor er weer jongen achterblijven. En daar trekken we de jongen toch niet voor. Het beste advies is dan om de jongen dan bij de late jongen te spelen. Ze hebben dan de infectie verwerkt en kunnen de vluchten aan.

Ik mag hopen dat het dit jaar mee zal vallen, maar als ik zie dat we al vroeg in het seizoen met dit virus te maken hadden zou dit wel eens ijdele hoop kunnen zijn.

Goed, ik doe mijn verhaal in de kliniek en krijg dan steevast te horen. ‘Ja maar dokter, is er dan echt geen medicijn dat U kunt voorschrijven?’

En dan probeer ik nogmaals uit te leggen dat het om een virus gaat en dat de jongen mogelijk sneller genezen met een medicijn omdat de bijkomende infecties weggenomen worden maar dat dit geen garantie is dat ze snel weer de oude zullen zijn.

Geduld is in deze het beste medicijn.

Kunnen we dan echt niets?

Read more...
 
Nieuwsbrief 3 Mei 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
There are no translations available.

Nieuwsbrief duif mei 2010 (3)

Fondduiven

De medische begeleiding van de duivensport kent veel variaties, ofschoon dit doorgaans behoorlijk over het hoofd wordt gezien en alles veelal min of meer op een hoop wordt gegooid.

Het maakt natuurlijk nogal verschil of je over de medische begeleiding van vitesseduiven spreekt in vergelijking met fondduiven. Ook midfondduiven hebben een andere benadering nodig.

Kortom de soort wedstrijden waaraan duiven mee doen kan wel degelijk van belang zijn in relatie tot de medische begeleiding.

Ook de regelmaat waarmee de duiven mee moeten op de vluchten speelt een belangrijke rol. Hoe lang is de recuperatietijd. Het programma in Duitsland eist een snelle recuperatie en daar mag weinig aan het toeval overgelaten worden. De fondvluchten bieden wat dat betreft meer mogelijkheden en kunnen dus op een heel andere manier worden benaderd.

Door de medische begeleiding op een hoop te gooien halen we niet alle mogelijkheden eruit die er zijn, maar evenmin doen we de duiven recht.

Als we kijken aar de fondduiven dan dient de medische benadering totaal anders te zijn dan bij programmaduiven. Immers de programmaduiven moeten nu tiptop aan de start verschijnen, terwijl de fondduiven aan het begin van het seizoen vooral vliegkilometers moeten maken.

Desalniettemin hebben fondliefhebbers natuurlijk wel de morele verplichting om te zorgen dat hun duiven ook bij deze, voor hen, trainingsvluchten, gezond de manden in gaan. Het past dan niet om te stellen dat ze nog niets aan de gezondheid hoeven te doen omdat ze ‘er toch nog niet hoeven te staan’ . Dat mag vanuit eigen standpunt correct geacht worden, ofschoon ik zlefs dat betwijfel. Ook hier geldt weer de morele plicht ten opzichte van de collega duivenmelkers die met hun programmaduiven wel degelijk hun mannetje moeten staan en er niet op staan te wachten dat hun duiven een zware geelbesmetting oplopen omdat collega’s het (nog) niet zo nauw nemen met de gezondheidszorg. We moeten met zijn allen beseffen dat we in de duivensport met topsport bezig zijn en dat dit om zelfdiscipline vraagt.

Ik vind het vanzelfsprekend dat iedere liefhebber de collegialiteit moet opbrengen om geen zieke en verdachte duiven in te korven. Ook op die manier kunnen we het overmatige gebruik van medicijnen samen terugdringen.

Maar los daarvan is het een foutieve veronderstelling om er van uit te gaan dat men duiven die besmet zijn met trichomonas, wormen of coccidiose om zelfs niet te spreken van luchtweginfecties trainingskilometers te kan laten maken omdat ze er nog niet hoeven te staan. Duiven die deze kwalen herbergen zullen een bovenmaatse inspanning moeten leveren die ten koste gaat van de spier- en vormopbouw. Deze duiven kunnen zich niet adequaat voorbereiden op het eigenlijke werk waarvoor ze gehouden worden. Om trainingsopbouw naar behoren en efficiënt te laten functioneren is het een eerste vereiste dat de duiven gezond zijn.

Read more...
 
Nieuwsbrief 2 Mei 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
There are no translations available.

 

 

Nieuwsbrief duif mei 2010 (2)

 

Chemotherapeutica

De laatste weken krijg ik regelmatig ook mailtjes van liefhebbers die een goede reeks prestaties ineens gevolgd zien worden door een geweldige dip.

Doorvragen levert dan als antwoord op dat er medicijn x, y of z preventief is gegeven. Vaak betreft het dan een middel voor het geel. Wat veel liefhebbers niet weten, of zich niet realiseren is dat de resistentie tegen het geel de laatste tien tot vijftien jaar behoorlijk is toegenomen. Dierenartsen die zich met de medische begeleiding van de duivensport bezig houden zien zich dan ook genoodzaakt de sterkte van de medicijnen aan te passen aan de gewijzigde gevoeligheid van de parasieten en bacteriën voor deze medicijnen.

Niet alleen wordt de sterkte van de medicijnen daardoor vaak anders, ook de dosering moet meer en meer verhoogd worden. Tien jaar geleden was een halve gram per liter drinkwater van het middel ronidazole 10% voldoende om effectief te zijn. Nu is een dosering van twee tot twee en een halve gram nodig om hetzelfde effect op de parasieten te hebben.

Wat mensen daarbij soms uit het oog verliezen is dat veel medicijnen voor duiven behoren tot de klasse van de chemotherapeutica. We noemen ze wel allemaal antibiotica voor het gemak, maar ronidazole is en blijft een chemotherapeuticum.

Ronidazole is een middel dat invloed op het erfelijke materiaal kan hebben en dat maakt dat we er met zijn alle verstandig en voorzichtig mee om moeten gaan. Ik hoor nu genoeg duivenliefhebbers die dit lezen denken: ‘ach wat, dat zal wel meevallen’. En natuurlijk valt het mee als we er verstandig mee om gaan en de voorschriften in acht nemen. Wat ik wil duidelijk maken is dat chemotherapeutica geen snoepgoed zijn. En als zodanig ook niet gebruikt moeten worden. Kortom gebruik chemotherapeutica met beleid.

Ik tip dit onderwerp hier aan om ook te waarschuwen voor plotselinge tegenvallende prestaties na het gebruik van dit soort middelen, zeker nu het noodzakelijk is geworden door de kracht van de parasieten die er mee bestreden moeten worden, om de dosering te verhogen. De bijwerkingen van deze middelen komen dan ook meer op de voorgrond, met als gevolg een toenemende kans op vormverlies. Nu zijn de chemotherapeutica die we voor de duiven gebruiken niet te vergelijken met de middelen die in de tumortherapie in de ziekenhuizen worden gebruikt. Maar we begrijpen allemaal donders goed dat we van iemand die op het ziekenhuis een chemo(therapeutica)kuur heeft gehad niet mogen verwachten dat hij een topprestatie kan neerzetten.

Welbeschouwd is de noodzaak die is ontstaan om de medicijnen hoger te doseren teneinde hetzelfde effect te blijven bereiken, een reden te meer om meer te investeren in het gezond houden van de duiven, in plaats van het bestrijden van ziekten bij duiven waarbij de gezondheid en algemene weerstand onvoldoende aandacht hebben gekregen.

Mogelijk dat onderstaand kleinschalig onderzoek dat nu loopt binnen de kliniek

enige overtuigingskracht heeft bij de twijfelaars en verstokte medicijngebruikers.
Read more...
 
Nieuwsbrief Mei 2010 PDF Print E-mail
Written by P. Boskamp   
There are no translations available.

Nieuwsbrief duif mei 2010 (1)

Mogelijk ondersteunt de browser de weergave van deze afbeelding niet.

Paniek

De afgelopen maanden werd ik meerdere keren gemaild of gebeld door liefhebbers, die vaak al driftig in de weer waren met luchtwegmiddelen bij hun duiven. Steevast was de klacht dat duiven terugkwamen van een (voor)vlucht of van een trainingsvlucht met toegeknepen ogen, krabbewegingen aan hun koppen en soms zelfs gekke vluchtbewegingen.

Doorvragen leverde dan vaak op dat men aan het kuren was tegen het geel met een drinkwater of voerkuur of met tabletten of capsules. Wat was in deze gevallen aan de hand. De duiven hadden geen mogelijkheid gehad om voldoende te drinken waardoor ze een te hoge concentratie van de geelmiddelen binnen kregen en dit leidde tot bijwerkingen. Oude gebruikers van Emtryl uit de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zullen zich mogelijk deze beelden nog voor de geest kunnen halen. Want als daar maar ook iets te hoog werd gedoseerd konden dit soort bijwerkingen dramatisch op de voorgrond treden.

Maar hoe kan het dan dat dit nu ook weer gebeurt?

De oorzaak is vaak simpel. We hebben de afgelopen 10 jaar de dosering van met name ronidazole ter bestrijding van het Geel en Hexamitiasis drastisch moeten verhogen om nog een voldoende werkzame dosering te bewerkstelligen. En dit heeft tot gevolg dat we ook met dit lichtere geelmiddel al kort bij de giftigheidgrens beginnen te komen. Ronidazole is zo’n middel waar liefhebbers graag een halve dosering voor een of twee dagen van gaven of geven omdat het zo altijd wel werkte. Helaas moet nu geschreven worden ‘werkte’ want die tijd is namelijk voorbij.

Maar goed, we zien dus nu vaker die gevallen van vergiftiging. Het is dus zaak om tijdens een goed gegeven geelkuur de duiven niet mee te geven op vluchten en er voor te zorgen dat ze voldoende vocht kunnen opnemen.

Verluchting.

Geregeld zijn er liefhebbers, die bij herhaling de duiven aanbieden met luchtwegproblemen. Theoretisch kan het zijn dat de duiven zich iedere keer opnieuw besmetten, bijvoorbeeld tijdens de wedvluchten. Aannemelijker is het in dit soort gevallen dat het met de verluchting niet helemaal klopt. Of helemaal niet klopt.

Veelal betreft het duiven met uitingen van een chronische bronchitis. In de praktijk moeten dit soort aandoeningen middels een combinatie van een gerichte antibioticumkuur in combinatie met een middel als de Bony-bronchicron snel te verhelpen zijn waarna de vliegprestaties van de duiven weer snel op het gewenste niveau terugkomen. Duiven met stralend witte neusdoppen en mooi in het vlees zittend kunnen soms ook behept zijn met deze kwaal waardoor ze toch net 20 minuten tekort komen op de wedvluchten. Vaak betreft het bewezen duiven die plotseling de lijst niet meer lijken te kunnen raken. Jammer genoeg wordt menige duif onterecht opgeruimd omdat ze na een goede behandeling immers gewoon weer doen waarvoor ze zijn uitverkoren, namelijk prijsvliegen.

Read more...
 
<< Start < Prev 1 2 3 Next > End >>

Page 2 of 3
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Did you know....

That the administration of Bony Mineral (10 drops per litre) before competitions has convinced a lot of pigeon fanciers of its quality?