|
Poeder 39 (Bony-Orni-Omni-mix) |
|
|
|
|
Il n'y a pas de traductions disponibles
Deze medicijnen zijn enkel en alleen voor de export
Samenstelling: Bevat een combinatie van medicamenten die magistraal bijeengevoegd zijn met een werkzaamheid tegen voorste luchtweg- en longinfecties alsmede darminfecties waaronder Chlamydiae spp, Mycoplasma spp, Escherichia coli, Salmonella Typhymurium var. Copenhagen, Haemophylus spp. Streptococcen en Staphylococcen. Verrijkt met multivitamines, sporenelementen en energiedragers.
Gebruik: Bij voorkeur via het voer 10 gram per kg voer gedurende 6 dagen of daags na de vlucht. Bij toepassing over het voer kan het aan het voer worden gekleefd met bijvoorbeeld, Barleans, Bony-omega-3 olie, knoflookolie e.d. Het grit hoeft niet verwijderd te worden van het hok tijdens het kuren. De dosering bij toepassing via het drinkwater is 5 gram per liter drinkwater. Minder geschikt om te gebruiken bij jonge duiven. 1 afgestreken maatschep is ongeveer 10 gram poeder.
Bij gebruik van een antibacterieel middel is het aan te raden tevens probiotica (Bijvoorbeeld Bony-Probiotica) toe te passen gedurende de kuur, tot enkele weken nadien om de darmflora die altijd te leiden heeft onder dit soort middelen sneller te doen herstellen. Deze probiotica kunnen eventueel samen gegeven worden met Bony-SGR.
Waarschuwingen: Niet toepassen bij te consumeren duiven. Niet toepassen met andere antibacteriële of antiparasitaire middelen.
Op recept verkrijgbaar in potje van 100 gram. Tevens verkrijgbaar in capsulevorm voor individuele behandeling van duiven. NB. Lees de algemene opmerkingen over magistrale diergeneesmiddelen.
Bewaring: Droog en op kamertemperatuur Gemedicineerd voer/drinkwater direct gebruiken. Buiten het bereik van kinderen houden.
Algemene opmerkingen: Onder magistrale diergeneesmiddelen verstaan we diergeneesmiddelen die door een dierenarts vervaardigd mogen worden. Diergeneesmiddelen in Nederland dienen voorzien te zijn van een zgn. registratie. Bekend als Reg. NL. Deze middelen zijn dan geregistreerd om toegepast te worden voor een of enkele diersoorten. Indien er voor een kwaal geen geregistreerd diergeneesmiddel beschikbaar is moet een dierenarts nagaan of er voor een andere diersoort een diergeneesmiddel beschikbaar is dat enerzijds geregistreerd is en anderzijds toegepast kan worden voor de kwaal die hij wenst te behandelen. Is er voor de kwaal die de dierenarts wenst te behandelen geen geregistreerd diergeneesmiddel voorhanden en is er tevens geen geregistreerd diergeneesmiddel voor een andere diersoort, dan moet de dierenarts kijken of er een humaan geneesmiddel geschikt is. Als de dierenarts op deze manier geen passend middel vindt heeft hij de bevoegdheid om voor de betreffende kwaal van de betreffende diersoort zelf volgens bepaalde regels een diergeneesmiddel te vervaardigen.
|