Nieuwsbrief 2 Juli 2010 PDF Imprimer E-mail
Écrit par P. Boskamp   
Mercredi, 23 Juin 2010 08:07
Il n'y a pas de traductions disponibles


Circovirus

Dit virus staat in de belangstelling sedert circa 2000. Het is een virus dat het immuunsysteem van de duiven aantast. De mate waarin dit gebeurt hangt mede af van het tijdstip waarop de besmetting plaats vindt. Het is makkelijk voor te stellen dat de gevolgen groter zullen zijn als dit in een vroege levensfase van de duif gebeurt. Het hele immuunsysteem is zich dan immers nog aan het ontwikkelen. Als duiven heel vroeg in het leven besmet wordt dan is de kans dat ze zullen sterven aan ziekten die hen normaal weinig of niets doen veel groter. De jongen zullen slecht opgroeien omdat veel energie die normaal voor de opbouw van het lichaam gebruikt worden kan nu zo goed en zo kwaad als maar kan, gebruikt worden voor de afweer tegen de belagers.

Naarmate de aanval van het virus later komt zal het afweersysteem al verder ontwikkeld zijn en zullen de gevolgen beperkter zijn. Maar ook dan is het niet lastig voor te stellen dat de afweer de instrumenten uit de handen geslagen krijgt waarmee andere ziekten moeten worden bestreden. Deze ziekten krijgen dan ook meer kans om zich te manifesteren en de duiven kunnen niet aan hun vorm werken als ze al in de gelegenheid zijn om hun lichaam normaal tot wasdom te laten komen.

De reactie op vaccinaties zal bij een infectie met het circovirus dan ook veel matiger zijn dan in de gevallen dat de duiven normaal kunnen opgroeien. Bij een besmetting met het circovirus kunnen de duiven vaak niet effectief reageren op een vaccinatie met het paramixovaccin. Deze duiven bouwen dan onvoldoende weerstand op waardoor er toch verschijnselen van deze ziekte zich kunnen voordoen.

Het is dan ook belangrijk om de duiven niet te laat te vaccineren tegen paramyxo en andere virale infecties mede met het oog op het risico van een eerdere besmetting met het circovirus. Zodra er een vaccin tegen dit virus op de markt komt zou het wel eens kunnen zijn dat we ook veel andere ziekten veel makkelijker onder controle zouden kunnen houden. We pakken het kwaad dan immers meer bij de bron aan.

De praktijk

Nu halverwege het jaar is er een allegaartje aan ziekteverschijnselen op het spreekuur te zien. Waar in het begin van het seizoen vooral de luchtweginfecties met slijmvorming te zien waren, zien we nu de gevolgen van de diverse virusinfecties die de duiven onder andere tijdens hun verblijf in de manden oplopen.

Natuurlijk zijn er ook nog genoeg hokken waar er alleen sprake is van milde luchtweginfecties die zich met eenvoudige behandelingen laten verhelpen. Maar juist deze maand valt het me op dat het lijkt alsof er meer infecties zijn dan andere jaren die zich moeilijker laten tackelen. Het kan zijn dat het matige voorjaar daar een rol in speelt. Maar ook een toename van de virale infectiedruk zou daarbij wel degelijk een achterliggende oorzaak kunnen zijn.

LAST_UPDATED2
Lire la suite...
 
Nieuwsbrief 1 Juli 2010 PDF Imprimer E-mail
Écrit par P. Boskamp   
Mercredi, 23 Juin 2010 08:02
Il n'y a pas de traductions disponibles

Halverwege het jaar

Als we zo halverwege het jaar kijken naar de ontwikkelingen op medisch gebied in de duivensport dan zien we dat een aantal virussen de gezondheid van de duiven behoorlijk in de weg zit. Virusinfecties verzwakken de duiven vaak in dergelijke mate dat secundaire bacteriële infecties vrij spel krijgen. Deze laatste geven dan vaak pas de ernstige symptomen die tot ingrijpen aanzetten. Maar zolang de achterliggende virale oorzaak niet onder controle te brengen is, is het veelal dweilen met de kraan open.

In februari waren er al ernstige uitbraken van het herpesvirus met behoorlijke sterfte onder de jongen.

Eind mei waren er de eerste duiven met pokken in de praktijk. Afgelopen week kwamen berichten uit Duitsland over een gemuteerd paramyxovirus dat voor ernstige problemen zou zorgen. Daarover moet nog nader informatie ingewonnen worden.

Een aantal liefhebbers heeft bij hun duiven last van het Adenocolisyndroom. In een aantal gevallen blijkt het in de praktijk echter om Herpesvirusbesmettingen te gaan.

En tot slot is er nog een sluipmoordenaar genaamd Circovirus. Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat dit laatste virus achter de ogenschijnlijk toenemende infectiedruk van de andere virussen zou kunnen zitten.

Wat zijn virussen?

Ik lees in dagbladen vaker dat journalisten over virussen spreken alsof het bacteriën zijn en omgekeerd. Ook merk ik in de spreekkamer vaker dat menigeen niet het verschil weet tussen de diverse soorten andere parasieten. Op zich is het geen ramp, maar voor een goed begrip van de werking van de diverse medicijnen is het wel noodzakelijk dat men op de hoogte is van het verschil. Daarom kan het geen kwaad kort even wat basisinfo hierover te geven.

Als we van parasieten spreken doelen we op alle eencellige en meercellige wezens die zich ten koste van een gastheer in leven houden.

Bij parasieten denken we dan vooral aan wormen en mijten. Deze zijn doorgaans zichtbaar voor het blote oog.

Niet zichtbaar voor het blote oog zijn de andere parasieten zoals we onderscheiden de bacteriën, de protozoën en de virussen.

De bacteriën zijn de eencelligen die doorgaans gevoelig zijn voor antibiotica en chemotherapeutica. Tot de groep van de bacteriën horen niet alleen parasieten maar ook heel nuttige exemplaren die nodig zijn bij de vertering enzovoort.

Een volgende groep parasieten zijn de protozoën waartoe de voor de duiven belangrijke trichomonaden, hexamiten en coccidiën behoren. Deze belagers zijn te bestrijden met specifieke chemotherapeutica. In tegenstelling tot wat veel mensen denken zijn de trichomonaden nagenoeg alleen te bestrijden met een medicijngroep genaamd, imidazolverbindingen. De medicijnen die tot deze groep behoren zijn allemaal aan elkaar verwant en als een parasiet ongevoelig is voor een medicijn uit deze groep dan is de gevoeligheid voor andere medicijnen uit deze groep ook al meestal minder. Zgn. kruisresistentie.

Hierbij moet bij de bestrijding van de trichomonaden en de hexamiten wel degelijk rekening gehouden worden. Een voldoende lange kuur en gedegen aanpak van deze parasieten is dan ook van het grootste belang. Blijven we nonchalant met de bestrijding van deze parasiet omgaan dan zullen we binnen afzienbare tijd met het probleem van multipele resistentie zitten waardoor de parasiet weer vrij spel krijgt.

Het is dan ook een misvatting bij veel melkers die vol overtuiging melden dat ze wel vaker wisselen van medicijn om de resistentie voor te blijven. Zodra de medicijnen die gebruikt worden behoren tot dezelfde groep gaat deze waaier niet op.

Virussen, tenslotte, zijn parasieten die voor hun vermeerdering afhankelijk zijn van de cellen van hun gastheer. Virussen laten de cellen van hun gastheer opdraaien voor hun vermenigvuldiging. Er zijn virusremmers beschikbaar in de humane sector. Voor grootschalige toepassing in de duivengeneeskunde zijn deze nagenoeg niet beschikbaar, mede ook vanwege de hoge kosten.

Virussen laten zich niet met antibiotica bestrijden in tegenstelling tot wat menig duivenmelker meent.

De aanpak van virussen moet in de duivengeneeskunde dus vooral in het preventieve gebied liggen.

Ik zal een beknopte opsomming geven van de belangrijkste virussen die bij duiven voor problemen kunnen zorgen. Hierbij wil ik vooral aandacht besteden aan de praktische gevolgen hiervan.

Pokken

De pokken vormen momenteel best een groot probleem.

LAST_UPDATED2
Lire la suite...
 
Bienvenue sur le site des pigeons situé à Beek E-mail

Le centre des pigeons fait partie du centre vétérinaire de Beek.

Voici un aperçu des services que nous pouvons vous offrir:Pigeonvetcenter Team

  • visite médicale
  • examens du gosier / selles
  • traitements pour la fertilité
  • examens du sang
  • hospitalisation pour observation
  • vaccinations
  • opérations
  • autopsies
  • radiographies
  • culture bactériologique

Il est conseillé de faire un rendez-vous à l'avance en ce qui concerne les  examens approfondis, pour garantir des soins optimaux.

Pour l'accompagnement de la colombophilie

 
Nieuwsbrief 2 Juni 2010 PDF Imprimer E-mail
Écrit par P. Boskamp   
Vendredi, 04 Juin 2010 09:39
Il n'y a pas de traductions disponibles

Herpesvirus (2)

Achtergrond van het virus

Het herpesvirus staat wetenschappelijk bekend als DHV1. Veel van de infecties met het herpesvirus verlopen subklinisch. Er zijn veel duiven latent besmet met het herpesvirus.

Herpesvirussen kunnen zich terugtrekken tot langs de zenuwbanen. Ze kunnen daar als het ware in rust gaan. De dieren zijn dan zgn. latent besmet. Deze duiven hoeven dan ook absoluut geen ziekteverschijnselen te vertonen. Als er echter (kortstondige) stress optreedt kan het virus zich plotseling gaan manifesteren. De duiven kunnen als de weerstand niet hoog genoeg is dan de typische beslagen in de bek krijgen. De dieren gaan dan massaal virus uitscheiden waardoor andere duiven met een verminderde weerstand het virus oplopen. De infectiedruk stijgt.

Als dergelijke duiven in een transport zitten kan het virus ongeveer een week later bij de andere duiven die ook in de duivencabines zaten problemen veroorzaken, al dan niet met zichtbare verschijnselen.

Normaal gesproken is het zo dat de jongen al vroeg besmet worden, vaak al bij het azen door de ouderdieren. Ze hebben dan nog bescherming door de afweerstoffen die ze van de moeder hebben meegekregen (zgn. maternale antistoffen). Er treden dan meestal geen klinische verschijnselen op maar de duiven blijven wel levenslang besmet.

Klinische verschijnselen zijn te verwachten bij duiven die geen antistoffen heeben zodra deze met het virus in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als aangekochte jongen bij de eigen jongen worden geplaatst. Na 5-7 dagen kunnen dan ziekteverschijnselen optreden. Wanneer er dan sterke virusvermeerdering plaats vindt kan de infectiedruk zo hoog oplopen op het hok dat ook eigen jonge duiven met weinig antistoffen ziekteverschijnselen gaan vertonen. Het virus kan op deze wijze lange tijd actief blijven op een hok. Met alle gevolgen van dien natuurlijk voor het jonge-duivenspeelseizoen. Het herstel bij een zwaardere virusbesmetting kan wel één tot drie weken duren.

Zoals gezegd zal tijdens stresssituaties, zoals die optreden bij transporten in de manden, duiven deze virussen en masse uit gaan scheiden. Dit zal natuurlijk eerder gebeuren als de duiven weinig weerstand hebben en/of andere ziekten in meer of mindere mate herbergen. Het is dan in de aanloop naar de opleervluchten verstandig de duiven te laten nazien op verborgen kwalen, zodat deze tijdig bestreden kunnen worden, indien nodig, om in geval van een besmetting met het herpesvirus sneller hiervan te kunnen herstellen.

Onderzoek in Duitsland heeft uitgewezen dat in de maand juli een piek bereikt wordt in de uitscheiding van het virus tijdens het vervoer en dat dan wel tot 60% positieve mestmonsters gevonden kunnen worden.

Meer dan 50% van de duiven heeft antistoffen tegen dit virus.

Uit eigen ervaring weten we dat het belang van het herpesvirus de laatste jaren begint toe te nemen. Niet alleen zien we al vroeger gevallen dan gebruikelijk, ook lijkt de ernst van de uitbraken toe te nemen. Het lijkt erop dat ieder jaar meer jonge duiven achterblijven. Sommige verdwijnen zelfs (massaal) aan huis.

Met name jonge duiven tussen de 2 en 10 weken kunnen klinische verschijnselen gaan vertonen.

LAST_UPDATED2
Lire la suite...
 
Nieuwsbrief 1 Juni 2010 PDF Imprimer E-mail
Écrit par P. Boskamp   
Vendredi, 04 Juin 2010 09:25
Il n'y a pas de traductions disponibles

Herpes-virus (1)

Aan het Herpes-virus heb ik al meerdere nieuwsbrieven gewijd. Toch blijven er heel vaak vragen over binnenkomen. Zeker nu de omvang van de uitbraken duidelijk lijkt toe te nemen. Genoeg reden dus om deze vervelende kwaal opnieuw in het voetlicht te plaatsen.

Ik wil deze keer echter vooral een praktische benadering kiezen, zodat het verhaal minder ‘een ver van mijn bed show’ is. Want menigeen heeft bij zijn duiven te maken met dit virus zonder dat men het zelf weet of in de gaten heeft. Het enige wat op kan vallen is dat de duiven niet goed willen trainen ondanks dat men er alles aan gedaan lijkt te hebben om ze in de juiste vorm te krijgen.

Waar we sinds 2005 zo rond eind mei en juni de meeste gevallen zagen bij vooral de jonge duiven waren dit jaar de eerste uitbraken al in februari te zien. Deze gingen gepaard met behoorlijke verliezen.

Bij sommige liefhebbers kregen de jongen nagenoeg allemaal de typische beslagen in de bek en keelholte.

Veel patiënten waren dan niet te redden. Alleen met veel moeite en inspanning lukte het de jongen erdoor te krijgen (dwangvoeding met een speciale pap etc.)

Gedurende het hele voorjaar bereikten ons berichten en zagen we duiven op het spreekuur met typische verschijnselen van het herpesvirus. Maar er waren ook genoeg gevallen waar het een vermoeden was dat herpes een rol speelde.

Als er een herpesvirusinfectie op een hok rondwaart kan deze nagenoeg symptoomloos verlopen. Zeker in de maanden buiten het vliegseizoen. Het enige wat in die periode dan opvalt is dat de duiven een tikkeltje lusteloos zijn.

Maar ook in die rustige periodes kunnen er duiven tussen zitten met de typische geelwitte beslagen in de bek. Veel liefhebbers denken dan aan een besmetting met het geel en kuren hier dan tegen zonder effect. Meerdere keren ben ik dan ook opgebeld door een liefhebber die me melde dat de duiven niet goed op een geelbehandeling reageerden. Meestal werd deze mededeling gevolgd door de vraag of er soms een zwaarder middel te krijgen was.

In het rustige seizoen kunnen de symptomen dus best meevallen. Zeker bij de oudere duiven en jaarlingen. Maar zoals gezegd zagen we dit jaar al vroeg vrij ernstige gevallen.

Tijdens het vliegseizoen kunnen deze milde gevallen best al voor grote problemen zorgen. Men heeft alles gedaan wat men moest doen om de duiven gezond aan de start te krijgen. Zo nodig na onderzoek een geelkuur. Soms zegt een dierenarts zelfs dat de kelen iets te rood zijn. Maar op een vraag of de duiven slecht trainen valt vaak te horen dat het beter kon, maar dat het nog wel meevalt.

Verder onderzoek levert dan vaak weinig op. Wat streptococcen of staphylococcen bij een bacteriologisch onderzoek. Moeten de duiven presteren dan geven ze niet thuis. Ze komen veel te laat en zelfs ervaren duiven blijven achter. Ook als de weersomstandigheden niet tegenzitten. Maar als dat ook nog het geval is dan kunnen de verliezen fors zijn.

Als de duiven te laat komen wordt vaak een luchtwegkuur gegeven aan de duiven. Maar de week later blijven er weer (teveel) duiven achter. “Hoe kan dat nu? Volgens mij is die kuur niet sterk genoeg…” is een dan veel gehoorde opmerking.

Als je als duivenarts de duiven dan onderzoekt vind je in de krop vaak  meer ontstekingscellen dan normaal. De mogelijkheid wordt geopperd dat er dus Herpes in het spel kan zijn.

“Dan doet U me daar maar een goede kuur voor”, krijg je dan vaak te horen.

Maar helaas Herpes is een virusinfectie en net als bij de griep moeten de duiven het uitzieken. En dat kost tijd. En tijd heeft een duivenmelker in het seizoen niet. Er moet immers een onmiddellijke oplossing komen.

Dat alle antibiotica die in deze gevallen voorgeschreven worden alleen maar de secundaire (= bijkomende) infecties behandelen wil men liever niet horen.

“Maar die en die heeft een kuur gekregen en na een paar dagen vlogen de duiven best weer.” Dat kan best. De oorzaak is dan gelegen in het feit dat de kuur de secundaire infecties heeft weggewerkt en de duiven zelf afweer hebben opgebouwd tegen het virus.

Maar normaal gesproken heeft een herpesinfectie tijd nodig om door het hele hok te trekken. Maar het heeft ook tijd nodig voordat de duiven weer de oude zijn. Met en zonder ondersteuning door antibiotica. Naarmate de duiven jonger zijn duurt de genezing ook langer.

 

Jonge duiven.

Herpes bij jonge duiven is een verhaal op zich. De jongen kunnen lekker vliegen rond het hok. Kogelrond ingekorfd worden om dan ’s zondags voor een derde tot de helft niet meer thuis te komen.Hiervoor worden dan allerlei redenen gezocht. Zeker als het massaal gebeurt.

Vaak zijn het maar een of twee jonge duiven op een totaal van honderd die de typische beslagen in de bek krijgen.

Soms beginnen de jongen met overgeven. Gelet op de tijd van het jaar wordt dan snel geroepen. “Ik heb de coli aan mijn jongen, maar ze reageren niet op de kuur’

In Duitsland wordt dan ook een betere term gebezigd: “Juntierkrankheit”. Want de laatste jaren zien we steeds meer mengvormen met zowel streptococcen, E. Coli al dan niet met het Adenovirus en het Herpesvirus. Soms doen ook nog hexamiten en trichomonen een duit in het zakje en dan kun je met recht spreken van het Jongdiercomplex.

Maar goed, het zal je maar gebeuren dat je jongen voor een kwart tot een derde achterblijven op de eerste de beste vlucht. Wat moet je in die gevallen nu net niet doen? Juist ja, de rest door blijven spelen. De kans is namelijk groot dat de week erop de besmetting op uitbreken staat bij de overgebleven duiven waardoor er weer jongen achterblijven. En daar trekken we de jongen toch niet voor. Het beste advies is dan om de jongen dan bij de late jongen te spelen. Ze hebben dan de infectie verwerkt en kunnen de vluchten aan.

Ik mag hopen dat het dit jaar mee zal vallen, maar als ik zie dat we al vroeg in het seizoen met dit virus te maken hadden zou dit wel eens ijdele hoop kunnen zijn.

Goed, ik doe mijn verhaal in de kliniek en krijg dan steevast te horen. ‘Ja maar dokter, is er dan echt geen medicijn dat U kunt voorschrijven?’

En dan probeer ik nogmaals uit te leggen dat het om een virus gaat en dat de jongen mogelijk sneller genezen met een medicijn omdat de bijkomende infecties weggenomen worden maar dat dit geen garantie is dat ze snel weer de oude zullen zijn.

Geduld is in deze het beste medicijn.

Kunnen we dan echt niets?

Lire la suite...
 
Plus d'articles...
<< Début < Préc 1 2 Suivant > Fin >>

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow

Le saviez-vous?

 …Que, actuellement, pour combattre la Trichomoniase chez les pigeons, l’on a besoin un dosage de 4 fois plus haut que dans l’année 1998 ?