Op onze praktijk kunt u de gezondheid van uw duiven laten onderzoeken.

Hiervoor hebben we diverse onderzoeksmethoden.

Hieronder staan enkele methoden beschreven. Er zijn meerdere soorten onderzoeken mogelijk.

U kunt de mest meebrengen tijdens uw bezoek, opsturen per post is ook mogelijk.

1. Basisonderzoek mest

Willen we de mest goed onderzoeken dan dient voor de beoordeling via ophoping een verzamelpreparaat gemaakt te worden. Hiertoe dient de mest eerst goed verdund te worden met water. Na goede menging wordt het monster afgedraaid in een centrifuge.
Het bezinksel wordt vervolgens nogmaals opgelost. Dit keer in een verzadigde keukenzoutoplossing of een zinksulfaatoplossing. Het aldus verkregen preparaat wordt dan onder de microscoop beoordeeld op de aanwezigheid van coccidiose, spoel- en /of haarwormeieren. Tevens kan gekeken worden of er veel gisten aanwezig zijn.
Uit den boze zijn de mestmonsters waarbij een beetjes mest op een voorwerpglaasje wordt gedaan verdund met water en dan zonder ophoping wordt "beoordeeld" . Bij deze methode moet er al sprake zijn van een zeer zware besmettingsgraad voordat iets kan worden aangetoond.
Als we uitgaan dat het verschil tussen winst en verlies in de duivensport afhangt van kleine dingen dan is een "mestcontrole" op laatst genoemde wijze te vergelijken met hozen met een vergiet.

per monster 5,51 euro

2. Mestonderzoek op Paratyfus

Om een goed beeld te krijgen van een besmetting met paratyfus onder de duiven is het van belang een goed mestmonster aan te leveren. Goed betekent in dit geval een goed gemengd mestmonster verzameld van de duiven over een periode van 5 dagen. Van dit mengmonster wordt dan een gedeelte aangeleverd voor de bacteriologisch kweek op de salmonella bacterie.
Waarom een mestmonster van minimaal 5 dagen? Op deze manier neemt de trefzekerheid toe. Recent had ik een liefhebber die van 5 dagen iedere dag een monster had meegenomen. Hij had de diverse monsters niet gemengd en daarvan slecht een gedeelte aangeleverd. Dus op deze manier was het mogelijk (voor de wetenschap) 5 individuele kweken van de meststalen in te zetten. En wat bleek. De mestmonster op dag 1, dag 2 en dag 4 waren positief op paratyfus en de dagen 3 en 5 waren negatief. Dit onderzoek hebben we nog eens herhaald (om toeval uit te sluiten) en weer werden dezelfde uitslagen verkregen.
Dit geeft dus aan dat de bacterie in geval van een paratyfus besmetting niet voortdurend in de mest hoeft te worden uitgescheiden.

Per monster 18,60 euro

3. Onderzoek Bacteriologie; Duiven darm: Coli, Strepto etc.

We worden vaker geconfronteerd met uitslagen van andere collega's die vastgesteld hebben dat er E. Coli in de mest zat en die om die reden adviseren een antibioticumkuur te geven.
Wij sluiten on hierbij niet aan. Veel mestmonster bevatten C. Coli. Maar lang niet alle E. Coli's zijn ziekmakend. Het is dan ook dwaas om tegen iedere E. Coli te gaan kuren. De duiven worden hier namelijk vaak helemaal niet beter van maar juist slechter.

Net als bij de E. Coli wordt in de mest vaak ook de aanwezigheid van Streptococcen vastgesteld. Ook weer reden voor sommige collega's om de duiven te laten kuren. Ook daar sluiten we ons niet bij aan.

Als we streptococcen in de organen vaststellen bij sectie is dit wel een reden om over te gaan tot kuren. Maar de streptococcen in de darm zijn dit niet.
Zitten er soms 'avonds duiven dood op het nest die 's ochtends ogenschijnlijk nog goed waren, dan kan dat wel een reden zijn om tegen streptococcen te kuren. Want de oorzaak van dit verschijnsel kan vaak een streptococceninfecties zijn.

per monster 36,87 euro

4 . Keeluitstrijkje en cloacauitstrijkje

Bij een goed basisonderzoek hoort zeker een keeluitstrijkje. Naast de aanwezigheid van Trichomoniasis dient dan ook beoordeeld te worden of er slijm in het uitstrijkje zit en/ of ontstekingscellen.
Afhankelijk van de besmettingsgraad van de trichomoniasis wordt een behandelplan opgesteld. Bij zeer zware besmettingen is het goed om gedurende twee opeenvolgende dagen een capsule op te steken. We moeten bedenken dat de duiven in deze tijd van het jaar te weinig drinken. Toediening via het drinkwater levert vaak te lage bloedspiegels op zodat de infectie niet goed wordt bestreden. De duiven blijven dan met een restbesmetting steken die meestal na een goede twee weken weer terug op het uitgangsniveau is. Kuren over het voeren werken in deze beter, maar het beste resultaat geeft toch nog steeds de individuele behandeling met capsules.
In een cloacauitstrijkje valt een besmetting met Hexamiten vast te stellen. Deze infectie is vooral bij de jonge duiven van belang en kan het beste ook met capsules worden bestreden.

5. Klinisch onderzoek

Tijdens een goed uitgevoerd basisonderzoek mag een gedegen controle van de luchtwegen van de meegebrachte duiven niet ontbreken. Een ervaren duivenarts kan dan vaststellen in welke mate de duiven problemen hebben met de bovenste- en diepere luchtwegen. Vooral is het van belang te beoordelen of de duiven geen problemen hebben met de diepere luchtwegen.
In geval van twijfel kan op eenvoudige manier materiaal voor nader onderzoek worden afgenomen. 
Door dit onderzoek is door middel van een zgn. Antibiogram, vast te stellen welke medicijnen bij de besmette duiven het beste werkt. Zo kan gericht een kuur worden samengesteld op Magistrale wijze waardoor een optimale behandeling kan plaatsvinden.
Bij dit onderzoek worden kleine schijfjes met antibiotica tussen een uitstrijkje van bacteriën gelegd om zo de beste groeiremmers te kunnen bepalen.

Vooral het klinisch onderzoek van de duiven (luchtwegen, conditie, oude dons, luizen, oude pennen etc. etc. kan een belangrijke bijdrage leveren bij het vaststellen van de juiste aanpak naar het seizoen toe, maar ook van de beste aanpak tijdens het seizoen.

Zijn er specifieke klachten dan staan er nog meerdere andere onderzoeksmogelijkheden ter beschikking om de oorzaak van de klachten te achterhalen. Zo kunnen er bepaalde aanwijzingen zijn dat er omstandigheden zijn waaronder bijvoorbeeld een besmetting met Candidiasis de vormontwikkeling van de duiven blokkeert. Om dit definitief vast te stellen dienen ook specifieke kweken ingezet te worden.

In geval van verdenking van een Chlamydiainfectie kan met behulp van een zgn. Stamp kleuring hiervan een indruk worden gekregen. Desgewenst kan materiaal naar een laboratorium worden gezonden waarbij middels zgn PCR-onderzoek de aanwezigheid van Chlamydia kan worden vastgesteld.

In bepaalde specifieke gevallen kan röntgenonderzoek nodig zijn of bloedonderzoek. De oorzaken van hardnekkige problemen zijn vaak alleen doormiddel van sectie van een aantal dieren vast te stellen. Uitgebreid weefselonderzoek en of bacteriologisch of virusonderzoek is dan in bepaalde gevallen nodig om tot een definitieve diagnose te kunnen komen.

De laatste aanpak kan gewenst zijn bij bepaalde chronische problemen. De basisaanpak zou moeten plaatsvinden bij iedere liefhebber die zijn sport serieus neemt.