Nieuwsbrief januari 2015

E.Coli (Escherichia Coli)

Er zijn bij duiven een aantal bacteriën die ziekten kunnen veroorzaken, maar dit niet onder alle omstandigheden doen. We noemen deze bacteriën: facultatief pathogene bacteriën. Ze kunnen in principe ziekte veroorzaken en soms zelfs sterfte, maar dit treedt pas op als de omstandigheden voor de bacterie gunstiger worden. Onder die omstandigheden kan de bacterie zich dan snel vermenigvuldigen. De E. Coli bacterie is zo’n bacterie. Toch beschouwen we deze bacterie in het overgrote deel van de gevallen toch als onderdeel van de normale darmflora bij duiven. Tijdens routine onderzoek van de mest wordt deze bacterie vaak gevonden. Er zijn dan doorgaans helemaal geen ziekteverschijnselen. Toch wordt door enkele dierenartsen dan het advies gegeven hier tegen te gaan kuren. Hierbij zijn vraagtekens te plaatsen.

Escherichia Coli is een zgn. Gram negatieve staafvormige bacterie die behoort tot de familie van de Enterobacteriaceae. Tot deze familie hoort bijvoorbeeld ook de Proteus bacterie en de Klebsiella bacterie, maar ook de Salmonella.

Er zijn zeer veel verschillende stammen van de E. Coli bacterie. Veel van deze stammen zijn te beschouwen als commensalen in de darm. Dus goedaardige darmbacteriën. Daarnaast zijn er de opportunistische stammen, die zoals gezegd zodra ze de kans krijgen ziekteverwekkend kunnen worden. Tot slot zijn enkele stammen primair ziekteverwekkend. Deze kunnen diarree veroorzaken of infectie van de inwendige organen.

Het is dus niet zo dat we bij de bevinding E. Coli in een mengmonster mest gelijk altijd aan ziekteverwekkende bacteriën moeten denken. Zeker niet als deze bij routine onderzoek gevonden worden in de mest van duiven die verder niet ziek zijn. Anders is het in het geval van diarree waarbij per ml mest grote aantallen E. Col bacteriën worden gevonden. Dit kan optreden bij jonge duiven die besmet zijn met het Adenovirus in het voorjaar.
Er zijn zo veel verschillende stammen van E. Coli dat men in de microbiologie onder andere een onderscheid tussen deze verschillende stammen tracht aan te brengen aan de hand van de zgn. antigene eigenschappen van deze Coli bacteriën. Dit vertaalt zich naar de praktijk toe als O,H en K antigenen. Voor een E. Coli die bij kippen voorkomt kan dan de naam zijn E. Coli O1:K1:H7. Op deze manier kunnen honderden verschillende stammen worden onderscheiden.
Hiermee manieren tracht men tussen de bomen het bos te blijven zien. Bij routine onderzoek wordt doorgaans niet gekeken met welke stammen we te maken hebben. Wel worden bij zieke en gezonde duiven dezelfde stammen aangetroffen. Dat betekent dat duiven onder gunstige omstandigheden voor deze bacterie ziek kunnen worden. Het is dus belangrijk deze omstandigheden trachten te voorkomen.

Ziekteverschijnselen.

De E. Coli kan bij duiven aanleiding geven tot acute bloedvergiftiging waardoor de dieren zeer snel kunnen sterven. We zien dit vaak bij kleine nestjongen. Vaak wordt door de liefhebber dan aan een Salmonella-infectie gedacht. Er zijn echter meerdere bacteriën, die deze acute neststerfte kunnen veroorzaken. Nader onderzoek is dan vaak ook niet overbodig wil men de veroorzaker opsporen. Ook sterfte in het ei kan voorkomen. Ook dan is de verwekker vaak aantoonbaar indien met de eieren nader onderzoekt.

Niet alleen bij nestjongen kan acute sterfte ten gevolge van een E. Coli sepsis optreden. Dit kan voorkomen bij duiven van alle leeftijden. Soms is er alleen acute sterfte. In andere gevallen zien we diarree en braken of vermageren.
Toch is het moeilijk om op grond van de symptomen alleen de juiste veroorzaker van de bloedvergiftiging aan te wijzen. Nader bacteriologisch onderzoek is dan ook gewenst. De bacterie dient daarbij dan in de inwendige organen te worden aangetoond. Het sectiebeeld kan namelijk ook bij meerdere veroorzakers van bloedvergiftiging hetzelfde zijn.

Met nadruk dient er nogmaals op gewezen te worden dat het stellen van de diagnose op basis van een mestonderzoek alleen totaal zonder nut is. Immers in de mest van gezonde duiven is de Coli bacterie ook aanwezig. De bacterie moet dus in de organen worden aangetoond wil men zeker zijn van de diagnose.

Stressfactoren spelen vaak een rol bij het optreden van gevallen van Coli sepsis.
Door de stress daalt het niveau van de afweer bij de duiven waardoor de kansen voor de facultatief pathogene bacteriën toenemen.
Tot deze stressfactoren kunnen we overbevolking rekenen. Maar ook de kweekperiode is een moment dat de infectiedruk kan oplopen. Indien er tijdens de kweekperiode een uitbraak is van grote neststerfte geven wij er de voorkeur aan om de verwekker aan te tonen middels isolatie van de kiem. We laten de isolatie van de kiem volgen door het maken van een antibiogram. Hierbij worden op een zgn. petrischaal schijfjes met een kleine hoeveelheid antibiotica
geplaatst op een uitstrijkje van de geïsoleerde bacterie. Op deze manier kunnen we dan het meest werkzame antibioticum vaststellen. De praktijk leert dat veel van de E. coli stammen ongevoelig zijn voor veel van de gebruikte antibiotica.
Het verstrekken van het juiste middel is dan ook van belang. In deze gevallen van uitgebreide neststerfte is een plan van aanpak gewenst om herhaling van de sterfte in volgende kweekrondes voor te blijven.
Onderdeel van deze aanpak is te trachten de infectiedruk van de E. Coli te verlagen. Ervaring door de jaren heen leert dat verzuring van het drinkwater hierbij zeer werkzaam kan zijn. Maar ook de verstrekking van probiotica om de competitie in de darmen tussen de bacteriën weer te vergroten om zo te trachten de balans in de darm te herstellen kan daarbij een bijdrage leveren.

Deze aanpak werkt ook in geval van een verhoogd aantal duiven van andere leeftijd die plotseling sterven. In geval de duiven massaal in de problemen komen is het noodzakelijk om een algemene therapie met antibiotica toe te passen. Indien het slechts enkele duiven betreft zien we vaak nog meer resultaat met individuele behandeling van de aangetaste duiven aangevuld met de therapie van verzuring van het drinkwater in combinatie met de verstrekking van probiotica. Het doel in beide gevallen is de vermindering van de infectiedruk van de E. Coli die veelal het gevolg is van een verstoring van de balans in de darmen.

Het voordeel van de aanpak via de verzuring en de probiotica kan zijn dat we gelijk beginnen te werken aan het herstel van de balans van de darmflora, terwijl we indien we eerst antibiotica verstrekken ook de resterende darmflora onder druk zetten.
Maar nogmaals, welke aanpak de beste is verschilt van geval tot geval en is afhankelijk van de omstandigheden. Voor beide behandelwijzen kunnen argumenten voor en tegen zijn. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan de meer natuurlijke aanpak bij deze aandoening in verband met de resistentie problematiek die bij E. Coli toch een rol speelt.

Een speciaal probleem met deze E. Coli problematiek doet zich voor tijdens het opgroeien van de jonge duiven, als deze ten prooi vallen aan het Adenovirus. Juist deze duiven blijken dan gevoelig voor deze E. Coli problematiek. Toch blijft ook hier wat ons betreft de aanpak dezelfde. Normaal gesproken zal men als men 100 jongen heeft waarvan er plotseling pakweg dertig aan de diarree komen en gaan braken naar de medicijnpot willen grijpen om de duiven zo snel mogelijk te gaan kuren. Verstandig in dat geval. Immers als er een uitslaande brand is zal men drastisch moeten ingrijpen. Verzuring van het drinkwater en probiotica zullen zal dan mogelijk kunnen helpen om het probleem sneller te verhelpen, maar de infectiedruk is dan zo hoog dat het verstrekken van antibiotica noodzakelijk blijkt.

Wat wij de afgelopen pakweg 25 jaar evenwel vast hebben kunnen stellen is dat als men de weerstand van de jonge duiven ondersteunt en het drinkwater op geregelde basis verzuurt er in het geval van een uitbraak van deze aandoening
bij honderd duiven geen 30, maar misschien 4-5 problemen krijgen. Door deze dan snel te isoleren en individueel te behandelen, blijkt het in de praktijk doorgaans mogelijk te zijn niet gelijk alle duiven te moeten gaan kuren. De duiven die men zo individueel behandelt kan men beter vervolgen. Ik adviseer dan ook de nummers van deze duiven te noteren, want de praktijk leert vaak dat deze duiven op een later tijdstip wederom als eerste door de mand vallen.
De duiven die zo sterk zijn dat ze eigenlijk geen antibiotica nodig hebben krijgen deze ook niet, waardoor hun darmflora niet onnodig belast wordt met antibiotica. De duiven die wel antibiotica moeten hebben om te overleven krijgen deze wel maar kunnen zo beter in de gaten gehouden worden. Netto resultaat is minder gebruik van antibiotica, maar tevens een toename van de selectiemogelijkheden omdat de zwakkere broeders eerder kunnen worden verwijderd. Op termijn zal de populatie er beter door worden.

Kort samengevat. E. Coli is een bacterie die bij duiven grote problemen kan veroorzaken. Maar het is tevens een van de bacteriën die middels goed hokmanagement en natuurlijke aanpak in toom kan worden gehouden. Preventieve gezondheidszorg brengt in dit geval de duiven op termijn verder dan noodzakelijk geworden curatieve aanpak met antibiotica.

Succes,

Peter Boskamp